Blackwell Guide to Ancient Philosophy _ Chapter 13: StoicismDe Stoa heeft veel filosofische problemen voor het eerst modern geformuleerd: taal-filosofie, ethica, en vragen betreffende de vrije wil. Stoicijnen geven vaak wel antwoorden waar we het nu niet direct meer zo op hebben: Anaxagoras antwoordde bijvoorbeeld toen hij hoorde over de dood van zijn zoon dat hij er al van op de hoogte was dat zijn zoon sterfelijk was. Men zou het universum moeten kennen om deze reactie te kunnen begrijpen. Ze zijn aan te vallen op:
Ze zagen alles als gedetermineerd. Denken "wat erg dat iemand stierf voor zijn tijd" zijn onzin in hun ogen. Alles is onderheven aan de logos, die zowel rationeel is alsook zorgvuldig vooruitziend, enz... allerlei verbanden werden voor het verklaren of voorkomen van een dergelijk antwoord opgegraven. Waar men ook begon met redeneren, de Stoa zou altijd het eindpunt zijn. Er resten maar twee kleine stukjes van het werk van Zeno van Citium en minder dan veertig regels van een gedicht van Cleanthes. En een paar fragmenten van een werk van Chrysippus. Latere resten komen bij heel verschillende auteurs vandaan, zoals Seneca (adviseur van Nero), een slaaf en Marcus Aurelius.
Leven volgens de natuur en dus volgens de deugden - aangezien de natuur ons naar de deugden leidt - is het doel. Wat natuurlijk is is natuurlijk vrij flexibel (leven als honden of als goden). Natuur en ethica zijn gerelateerd doormiddel van oikeiosis. Dit is hoe een dier komt tot zelfbehoud, de primaire impuls, uitgebreid naar het afstoten van alles wat dit in de weg staat en het aantrekken van alles wat dit kan bevorderen. Vervolgens komt de mens tot ondekking dat ze keuzevrijheid heeft en dat ze rationeel is. Rationaliteit herkent ze ook bij anderen en daarmee onstaat rechtvaardigheid; als respekt voor de rationaliteit van anderen. Deze rationaliteit benadert de logos. Het is de rede alleen die geidentificeerd moet worden met ons geluk en onze deugden. Het is ons natuurlijk doel. Wat natuurlijk was werd vaak ook beoordeeld door het te vergelijken met het gedrag van kinderen en dieren in vergelijkbare situaties. Stoicijnen brengen een tweedeling aan tussen:
Geluk is hiermee beschermd als in een fort. Zonder een dergelijk geluk kan de mens niet gelukkig zijn. De externe resultaten van ons handelen moeten ons niet boeien. Het enige waarvoor we verantwoordelijk zijn en wat dus invloed moet / zal hebben op ons geluk is onze innerlijke gesteldheid.
Ze zien de menselijke ziel als 1 geheel. Dus zoiets als een irrationele laag is er niet. Wanneer je bang bent voor een slang terwijl je weet dat je niets te vrezen hebt, weet je dat kennelijk nog niet goed genoeg... Emoties zijn foute ideen waarvoor je volledig verantwoordelijk gesteld kunt worden. De wijze mens doet niets waar hij spijt van krijgt, niets tegen zijn wil, alles eerzaam, consistent en serieus en goed. Hij verwacht niets maar wordt ook niet geschokt door wat gebeurt. Verwijst in alles naar zijn eigen oordeel, staat bij de kracht van zijn eigen besluiten. Dit is wat juist is en in de macht is van de wijze. Zijn leven is altijd gelukkig. Als we onze ideen aanpassen aan de rationaliteit van het universum zullen we niet vervallen tot de neigingen van mindere geesten om ons te verzetten tegen wat is en zo moet zijn.
De wijze doet er goed aan zich in de logica te bekwamen (om dwaasheden te ontwijken en om juiste denkbeelden te construeren). Ze is zeldzaam als de fenix. Chrysippus was hierom beroemd. Taal kon niet zonder semantiek. Het was meer dan de klanken (ook nodig waren zogenaamde lekta hiervoor)). Kritiek op de Stoa is dat het mensen onmenselijk maakt en dat het uitgaat van fout beeld van onze relatie tot de natuur... |
MenuList
