Medieval World View _ Chapter 9: The Renaissance of the Twelfth CenturyDe Renaissance van de Twaalfde Eeuw (halverwege 11e tot halverwege 13e eeuw) wordt over het algemeen gezien als DE middeleeuwse Renaissance, itt. tot de Karolingische. Binnen de theologie, rechtspraak, wetenschap en medicijnen werden nieuwe bronnen (voorheen verwaarloosde klassieke auteurs) en methoden ontdekt en uitgevonden. Vooral de "wederkomst" van Aristoteles in Europa was sensationeel, niet alleen omdat hij over veel had geschreven maar ook omdat hij veel controversies opriep. De universiteiten kwamen op in de steden. Paus Sylvester II gaf hiervan al een voorproefje in het jaar 1000, hij was geleerd in grammatica zoals zijn voorgangers, maar hij keek ook serieus naar de rhetoriek en de logica en de overige Vrije Kunsten. Zijn motto was dat goed spreken en goed leven samengingen. Hij vond het telraam uit. De 3e eeuwse Neoplatonist Porpyrus stelde het probleem van de universalien aan de orde. Deze tekst riep vanaf de 11e eeuw enorm veel discussie op. Onder andere de verdeling tussen extreem realisten - gevaar voor pantheisme - , conceptualisten - o.a. Thomas van Aquinas - en nominalisten - o.a. William of Ockham, probleem met de eenheid van de 3-eenheid - kwam voort uit deze tekst. Een andere invloedrijke text was het godsbewijs van Anselmus: Iets wat bestaat is groter dan iets wat niet bestaat, God is het grootst denkbare, dus God bestaat. Dit wordt het "ontologische bewijs" genoemd. De leraren en studenten van de Kathedraal-scholen reisden van stad naar stad. In het onderwijs werd aandacht besteed aan alle Vrije Kunsten. Abelard is de beroemdste leraar van deze traditie, zijn hoofdwerk is Sic et Non. Hierin verzamelde hij 158 vragen waarbij hij fragmenten plaatste uit de bijbel en van de kerkvaders voor verschillende posities zonder zelf een antwoord te geven. Hij stelde dat men de Bijbel met de logica te lijf moest gaan. Ook betoogde hij in een ander geschrift (ken jezelf) dat de bedoeling van een daad ethisch gezien belangrijker is dan de gevolgen. Hiermee becritiseert hij het penitentie- systeem. Bovendien verdedigt hij het belang van de juiste kennis, want fouten begaan in onwetendheid zijn dan misschien geen zonde, slechte gevolgen hebben ze wel. Hij kwam hierover in conflict met Bernhard van Clairvaux en werd door deze vervolgd totdat hij een vlucht-adres vond in het klooster Cluny. Peter Lombardus schreef The Four Books of Sentences in de dialectische stijl van Abelard. Dit werd een standaard leerboek voor de theologie gedurende de rest van de middeleeuwen. Bijna iedere grote theoloog schreef er een commentaar op. Het belang van klassieke auteurs werd verdedigd met de stelling dat wij zijn als dwergen op de schouders van reuzen. In de 12e en 13e eeuw kwamen veel naar het Latijn vertaalde teksten van Aristoteles en Arabische commentaren daarop, naar Europa. Ook andere Griekse en Arabische auteurs werden vertaald. Het idee dat kennis verklaard kan worden vanuit de zintuigen was over het algemeen een centraal punt in deze teksten. Er werden collecties en ordeningen gemaakt van de aldus binnengekomen kennis. Beroemdste voorbeeld is het Summa Theologica van Thomas van Aquinus. Zijn originaliteit zat hem vooral in het feit dat hij veel in zich opnam. Hij hield zich bezig met de grote vragen en bracht samenhang, een doel van de scholastiek. De meeste van zijn werken zijn commentaren (weliswaar meesterwerken); o.a op Boethius, de Pseudo Dyonisius en Aristoteles. Hij gebruikte een techniek die men het artikel kan noemen, een dialectische methode die direct voortbouwt op de methode van Abelard. Hij noemt de argumenten van de verschillende zijden na elkaar en presenteert tot slot een synthese. De bedoeling van deze vorm is het zorgen voor een zo totaal mogelijke stimulatie van het denken, uitmondend in evt. een synthese of een duiding van waar de oplossing mogelijkerwijs ligt. Ook de Summa zelf is duidelijk gestructureerd tot dit doel. Men kan deze gestructureerdheid ook terugvinden in de opbouw van de kathedralen. Waarin ieder beeld een plaats inneemt in relatie tot anderen in een totaal- beeld van de christelijke waarheden, en waarin de structuur ook duidelijk zichtbaar is (pilaren en steunberen). Ook zijn de beelden en afbeeldingen realistischer, dus meer gericht op de zintuigen. Ook de Divina Comedia kan gezien worden als een Summa, maar dan een literiare. Vergilius is dan de Aristoteles van dit werk, en ook hier wordt een deel-geheel (hemelen, leven na de dood) innig verbonden. Ook de her- ontdekking van het Corpus Iuris Civilis, de aandacht hiervoor (als middel tegen de paus) van Frederik Barbarossa en Filips II Augustus's aandacht voor ge-unificeerde wets- stelsels kan in dit licht gezien worden. In bologne publiceerde Gratian - een monnik die sterk beinvloed was door de Aristotelische traditie - een boek wat bekend staat als het Decretum. Hierin stond een verzameling van kerkelijke wetten geordend rond hypothetische situaties of problemen. Dit boek werd wat vorm en inhoud betreft al snel herkend al zijnde beter dan de - vaak versnipperde - voorgaanden. Hier omheen en naar dit model groeide het canonieke recht. Vragen waren bijvoorbeeld die van het wereldlijke en geestelijke gezag, maar ook bijvoorbeeld wat te doen als de paus op het altaar zou gaan liggen te neuken. De pausen van de 12e tot 14e eeuw waren getraind in bologne, en hadden vaak zelf ook commentaren geschreven op het Decretum. Aan het einde van de 12e eeuw werd er een universiteit opgericht in Bologne. De eerste universiteiten waren gilden, de bull was een certificaat wat toegang gaf tot het gilde. In Parijs was in 1200 een leidende theologische universiteit opgericht. De zeven (ArtesLiberales) (behalve dialectiek) werden niet onderwezen in de universiteiten. Het zwaartepunt kwam in de steden te liggen. Literatuur ontwikkelde zich vooral aan de hoven en in de volkstaal waarmee een groter publiek werd bereikt hoewel er vanuit de universiteiten op werd neergekeken. Ook kwam de verandering tot stand van epische gedichten naar romantische. Niet langer overleven maar vrijetijd en ontdekking stonden centraal (opwaardering van de positie van de vrouw). Schoonheid en goedheid waren ook niet meer synoniem, het kwam in beelden voor herkenning meer aan op attributen dan uiterlijk. Innerlijke overwegingen en gedachten spelen een grotere rol. Actoren worden minder plat, minder zwart-wit. In het zuiden van Frankrijk kwamen de troubadours op met hun emotionele liefdes-liederen. Het sonnet is een vorm die voortkomt uit deze traditie. Ook in het opzicht van aandacht voor het individu was de Twaalfde Eeuwse Renaissance een ware Renaissance. |
MenuList
