De Oudheid


Neolithicum
10.000 jaar voor Christus: Begin van de Nieuwe Steentijd. In Eurazië begon het ijs terug te trekken waardoor er een mediterraan klimaat kon ontstaan. Hierdoor kon er allerlei gewassen ontstaan zoals tarwe waardoor mensen niet meer als nomaden hoefden rond te trekken; zij konden nu een vaste woonplaats betrekken. Ook hielden zij dieren. Door deze grote revolutie ( agrarische revolutie) werd het mogelijk om de bevolking te laten groeien. Doordat zij van tijd tot tijd toch moesten verkassen (uitputting van de grond)kwamen andere culturen in aanraking met deze revolutie. Zij namen deze levenswijze over zodat het geheel verspreid kon worden over de wereld.

6000.
Mesopotamie.
In het huidige Irak konden de mensen, rond 6000 jaar v.Chr. hun land geschikt maken voor de landbouw. Dit waren de mensen die woonden in Mesopotamie: de Grieken noemden dit zo: het land tussen de twee rivieren. Er ontstonden na verloop van tijd nederzettingen. Hierdoor kon er een hogere de beschaving ontstaan. Er ontstonden echte steden.

Egypte.

Rond 4000 j v. Chr. zou er in de delta van de Nijl hetzelfde gebeuren waardoor de Egyptische cultuur zich kon vestigen. Hier zouden geen steden ontstaan maar men bleef wonen in dorpen. Maar het land zou zich wel politiek binden waardoor er een beschaving ontstond waarbij er een leidend figuur kon ontstaan: de farao.

3000 - 1600

Minoische beschaving.

Op het eiland Kreta kwam de Minoische beschaving tot stand. (vernoemd naar koning Minos). De welvaart kwam onder andere door de export van olijfproducten en wol. Ook hadden zij een schrift dat niet is ontcijferd. Door een vulkaanuitbarsting in 1600 v. Chr. is er een einde gekomen aan deze beschaving. Kreta werd hierna (rond 1500)door de eerste Grieken bewoond. Zij zetten de oude Minoische samenleving voort, maar het schrift verdween.

16001100

Myceense beschaving.
De beschaving is genoemd naar de stad Mycene, een van de belangrijkste steden van die tijd. Zij konden welvarend worden door het contact met Kreta. Later veroverden zij zelf Kreta en namen het eiland over. Hierdoor de Myceense beschaving nog groter worden. Er kon handel gedreven worden met Egypte waardoor zij nog rijker en welvarender konden worden. Ook hadden zij een schrift welke het begin was van het Griekse schrift. De beschaving eindigde rond 12e eeuw doordat er ruzies ontstonden tussen vorsten onderling en invallen van zeevolken.
Alle rijkdommen verdwenen en er bleef niets meer van de beschaving over: ook het schrift verdween. Het bestuur was in handen van een koning.

1000 – 750
The Dark Age.
In deze tijd zakte de Griekse cultuur en economie helemaal in. De bevolking dunde uit en het was een puinhoop. Er zijn niet veel bronnen uit deze tijd.

750 – 500
De Archaïsche Tijd.
Rond 750 voor Christus brak er een nieuwe tijd aan, de archaïsche tijd ( = oud).
Een van de belangrijkste veranderingen is dat de Grieken weer gaan schrijven. Ze ontwikkelen een eigen alfabet.

  • De Griekse polis.

Grote verandering in het bestuur van de Grieken. Er ontstond poleis oftwel stadstaten.
De poleis konden in omvang heel erg van elkaar verschillen. Er waren kleine maar ook grote poleis zoals Sparta en Athene. In de poleis maakten maar een paar mensen de dienst uit. Vaak waren dit rijke aristocraten. Zij bezaten namelijk het land en de militaire macht, omdat zij als enige van de polis in staat waren een paard en een goed militaire uitrusting te kopen( falanx).
Omdat alle poleis helemaal voor zichzelf zorgden, was er al snel een groot ruimtegebrek in de poleis. Men ging daarom andere gebieden veroveren om dit op te lossen. Ze begonnen met het veroveren van de aangrenzende gebieden, omdat dit het makkelijkste en vaak ook het goedkoopste was.
Toen de kolonisatie in eigen land geheel voltooid was, ging men kolonies zoeken buiten Griekenland. Dit gebeurde vooral langs de kusten van de Middellandse zee en de Zwarte Zee.
De koloniën die zo ver van huis werden gesticht waren onafhankelijk van hun polis. Het werden als het ware ook weer nieuwe poleis. Wel
hadden de koloniën enkele verplichtingen tegenover de poleis met handel en economie.
Door de handel met de koloniën en het ruilen van producten kreeg de Griekse beschaving een nieuwe impuls. Allerlei producten van deze ver gelegen gebieden kenden deze mensen nog niet, en hierdoor werd ook hun cultuur steeds ruimer.

650 v.Chr. Athene : Draconische Wetten.

In 650 v. Chr. had ongeveer iedereen in Athene ruzie met elkaar. De rijken met de armen, en de rijken onderling ook nog eens met elkaar. Om de ruzies op te lossen, werd in 620 v.C. een zekere Draco aangesteld. Hij voerde enkele zeer strenge wetten in, die tot de dag van vandaag nog steeds bekend zijn. Als men een strenge wet instelt, wordt er vaak gesproken over ‘draconische wetten’.
De wetten van Draco hadden echter geen succes. Veel arme Atheners waren slaven bij de rijken, omdat ze hun leningen niet konden betalen en hun lichaam als onderpand hadden gegeven. Sommigen van deze slaven werden door de rijken aan het buitenland verkocht, om nog meer winst te krijgen uit de mensen.

590 - Solon.
Om de angst voor een staatsgreep weg te krijgen, kreeg in 590 v.Chr. Solon allerlei speciale rechten van de Atheners. Zijn mening was in die tijd de wet, simpel gezegd.
Het eerste wat Solon deed was iedereen hun schulden kwijtschelden, alle mensen waren weer vrij. De naar het buitenland verkochte slaven werden grotendeels teruggekocht door Athene. Ook liet Solon de Atheners meer te zeggen krijgen door het versterken van de positie van de volksvergadering, in het Grieks “ecclesia”.
Toch konden de wetten van Solon de staatsgreep niet voorkomen. In 546 v. Chr. greep Pisistratus, na enkele mislukte pogingen,
toch de macht. Hij werd geholpen door zijn vrienden en door huurlingen van buiten Athene. Het volk stond achter deze tiran.
Pisistratus was een zachte tiran. Erg veel veranderde er niet in Athene, het grootste deel bleef zoals het vroeger ook was. Pisistratus heeft
ook een grote rol gespeeld in de ontwikkeling van de wijnbouw en olijfolie.
Na de dood van Pisistratus werd de heerschappij overgenomen door zijn zonen. Dit ging echter al vanaf het begin mis. Een van zijn twee zonen
werd na enkele jaren vermoord, de ander vluchtte uit angst naar Perzië.

507-508 Kleisthenes
Na het tijdperk van Pesistratus en zijn zonen nam Kleisthenes de macht. Hij kon aan de macht komen omdat hij zich verbonden had met het volk van Athene, de demos.
Tijdens de heerschappij van deze tiran kreeg het gewone volk steeds meer macht in Athene.
Er werd een raad van burgers ingesteld, van alle delen van Athene kwamen afgezanten die door toeval, het lot, gekozen waren. Hierdoor wilde men bereiken dat de democratie in Athene echt was, en niet afgekocht door een rijk persoon.

Sparta.

De Spartanen waren een groep Doriers die zich na het Myceense tijdperk hadden gevestigd in Griekenland. Ze hadden in de 10e eeuw v.C. een eigen polis gemaakt. Deze polis was niet meer dan een groepje dorpen bij elkaar, waarvan ze de oorspronkelijke bewoners tot horigen hadden gemaakt.
De Spartanen hadden in de 8e en 7e eeuw v.C. hun gebied uitgebreid, door een aangrenzend stuk land te veroveren en ook daar de bewoners tot horigen te maken.
Sparta was een zeer strenge polis, waar duidelijk, maar vooral harde regels golden.
Zo was de bevolking verdeeld in drie groepen. Groep een bestond uit de echte Spartanen, de Spartanen. Deze groep was de enige groep in de polis die burgerrecht had. Groep twee bestond uit de bewoners van de omliggende steden. Zij hadden geen urgerrecht, maar wel recht over hun eigen stad.
Groep drie ten slotte waren de onderworpen mensen, de horigen. Deze mensen hadden geen enkel recht en waren dus eigenlijk gewoon slaven.
Het Spartaanse succes is vooral te danken aan de uitstekende militaire opleiding. Hierdoor konden zij de omliggende gebieden veroveren maar ook onderdrukken, omdat niemand het tegen de goed opgeleidde Spartanen op durfde te nemen.
Het bestuur van de polis lag in handen van een raad van achtentwintig mannen, die minimaal zestig jaar oud waren. Er waren wel koningen in Sparta, maar deze hadden eigenlijk weinig tot bijna geen macht. Zij waren ervoor om het leger aan te voeren in tijden van oorlog.
In de Oudheid heeft deze verdeling van macht veel bewondering gehad. Men vond het ideaal dat er wel koningen waren voor het leger, maar dat wijze mannen het dadelijks bestuurd in handen hadden.

547 Koloniën -Perzen.

De steden die de Grieken hadden gekoloniseerd hadden een voorsprong in ontwikkeling op de steden in het moederland. Ze dankten deze voorsprong aan het contact met Lydie, die al een vergevorderde beschaving had, maar ook aan de overzeese handel, waardoor ze door te ruilen op veel gebieden nieuwe dingen in handen kregen. In de 6e eeuw v. verloren deze gebieden echter een zelfstandigheid. De Lydische koningen hadden het voor elkaar gekregen om alle steden aan zich te onderwerpen. Veel veranderde er echter niet, omdat Lydië de steden heel erg vrij liet in hun ontwikkeling en bestuurd.
De onderwerping door Lydië was echter maar van korte duur. In 547 v.C. versloegen de Perzen de Lydiërs en werden daarmee heersers over hun rijk. Ook de Griekse steden kwamen in handen van de Perzen. De Perzen hadden een veel strengere manier van onderwerping dan de Lydiërs. De steden moesten belasting gaan betalen en het bestuur van de steden kwam voor een groot deel in handen van Perzische bestuurders.
De Grieken hebben nog wel geprobeerd een opstand te beginnen tegen de Perzen. Zij werden hierin gesteund door de Grieken uit het moederland.
Deze opstand werd echter verloren, en de Perzische koning wilde als straf Griekenland gaan innemen.
Op het laatste moment konden de Grieken dit echter tegenhouden en ze wonnen van de Perzen. Dit is een groot keerpunt geweest in de geschiedenis van Griekenland.

500 - 0

490 - De Perzische Oorlogen.
Nadat de steden in Klein-Azië hun opstond met behulp van het moederland Griekenland tegen de Perzen verloren hadden, wilde de koning van de Perzen, Darius, Griekenland straffen voor hun help aan de steden. Hij voerde daarom in 490 v.C. een aangekondigde aanval uit op Griekenland.
De Perzen hadden hun eerste aanval opgezet over zee. De Perzische vloot landde in Marathon, maar werden daar vernietigend verslagen door de Atheners onder aanvoering van Miltiades.

Nadat koning Darius gestorven was naam zijn zoon Xerxes het rijk van zijn vader over. Dit was ongeveer tien jaar na de mislukte aanval op
Griekenland.
Xerxes vond dat zijn volk door de mislukte aanval vernederd was, en wilde daarom alsnog Griekenland onderwerpen.
Met een enorm leger stak Xerxes de Hellespont over om over land Griekenland aan te vallen. De Grieken zagen het grote gevaar aankomen, en alle poleis hadden zich aaneengesloten, om zo gezamenlijk te kunnen verdedigen.

Het eerste gevecht met de Perzen was voor de Grieken een grote nederlaag. Zij wilden de Perzen bij een bergpas tegenhouden. De Perzen waren echter met veel te veel mensen, waardoor het Griekse leger vrijwel meteen terug moest trekken om geen grote verliezen te lijden.
Attica
Na deze nederlaag konden de Perzen bijna ongehinderd Griekenland verder intrekken. Athene en Attica lagen helemaal onbeschermd. De inwoners van Athene werden allemaal geëvacueerd en naar Salamis gevoerd, een eiland dat voor de kust lag.
Toen de Perzen in het onbewoonde Athene aankwamen, maakten ze het met de grond gelijk. Vervolgens wilden de Perzische vloot ook de inwoners
van Athene gaan vermoorden, maar dit liep anders dan gepland. De Perzische vloot werd door de Atheners onder aanvoering van Themistocles volledig verwoest.

Een jaar later werd bij Plataeae het Perzische landleger door de Grieken verslagen. Het verslaan van het landleger was voor een groot deel de
verdienste van de Spartanen, die hierbij veel moedig werk hebben verricht.

431 – 421 Peloponnesische oorlog: Ondergang van Athene 404 v. Chr.

Na de overwinning op de Perzen werd de polis Athene zeer machtig in Griekenland. Zij hadden een groot leger en waren in staat om de steden in Klein-Azië te bevrijden. Hierdoor kregen ze veel geld van de steden en konden ze nog machtiger worden als polis.
De macht van Athene kon natuurlijk niet lang goed blijven gaan. De andere poleis voelden zich bedreigd door de macht van Athene. De poleis Sparta voelde zich ook bedreigd, en een oorlog kon niet meer uitblijven.
In 431 v.C. brak daarom de oorlog ook uit, de zogenaamde Peloponnesische oorlog. De oorlog was de hevigste van de geschiedenis tot dat moment.
De Spartanen vertrouwden op hun landleger, de Atheners vooral op hun vloot. Terwijl de Spartanen met hun landleger Attica binnentrokken en veel schade aanrichten, zaten de Atheners achter hun hoge muur verborgen, en kregen ze aanvoer van voedsel van hun vloot.
De vloot van de Atheners bestookten tegelijkertijd de kust van Sparta. Omdat beide partijen ieder een specialisme hadden, werd de oorlog niet beslist en bleven beide partijen op een gegeven moment vastzitten. Er werd daarom in 421 v.C. vrede gesloten tussen beide kampen.
Na enkele jaren van vrede begon echter dan toch het tweede deel van de oorlog. Dit kwam door Alcibiades, die de Atheners verraadde bij de Spartanen. Op zijn advies konden de Spartanen de Atheners verslaan. De Spartanen hadden namelijk de hulp ingeroepen van de Perzen, en tegen zo’n overmacht konden de Atheners het natuurlijk niet winnen.

Na de nederlaag moest Athene afstand doen van al haar macht en rijkdom. De hele vloot van de Atheners werd bijna opgeheven, de lange muren waarachter ze zich verschanst hadden tijdens de oorlog werden afgebroken en de democratie werd afgeschaft.
De Spartanen hadden ook een bestuur gevestigd in Athene, waardoor Athene zijn leidende positie volledig verloor.

Ondergang van de polis.

Na de ondergang van het machtige Athene in 404 v.C. was geen enkele polis meer in staat om grote macht te krijgen in Griekenland. Sparta was in de oorlog met Athene wel de sterkste gebleken, maar om heel Griekenland te veroveren hadden ze nu eenmaal te weinig soldaten.
Een jaar nadat Athene ten onder was gegaan had het zich alweer voor een groot hersteld. De democratie was terug, en de macht van Sparta was geheel uit Athene verdwenen. Verder bleef Athene gewoon het economische en culturele centrum van Griekenland.

Thebe.

Er kwam echter in deze tijd nog een derde polis met wat macht in Griekenland, Thebe. Thebe was een polis van een aantal steden bij elkaar in Boeotië.
In de Griekse machtsverhoudingen van de poleis speelden Perzië ook een grote rol. De Perzen steunden telkens een van de poleis. Na de
val van Athene bijvoorbeeld steunden de Perzen Athene met geld, waardoor ze hun vloot weer op konden bouwen en de lange muren weer konden
herstellen.
Toen Athene weer zover opgekrabbeld was dat het een bedreiging begon te vormen voor de Perzen, liepen ze over naar Sparta. Ook Sparta werd toen financieel gesteund door de Perzen.
Door de manier van geldverdeling slagen Perzië erin de steden langs de Ionische kust weer voor zich te krijgen.
Na een roerige periode in Griekenland zouden ze toch gedwongen worden een eenheid te gaan vormen. De reden hiervoor was Macedonië, een deel van Griekenland dat men maar achtergesteld vond.
De koningen van Macedonië slaagden erin in zeer korte tijd hun leger te moderniseren, de goudmijnen bij Thracië te veroveren en vervolgens heel Griekenland aan zich te onderwerpen!

Na de verovering van Griekenland door Macedonië was het gedaan met de vrije poleis. Voortaan werd Griekenland een groot geheel dat geleid
werd door de deelstaat Macedonië. Het Griekse volk was verdeeld over deze ontwikkeling. Een deel van de bevolking wilde terug naar de oude poleis, een ander deel vond deze ontwikkeling juist goed, omdat er nu misschien een grote slag tegen de Perzen konden worden gevoerd.
De koning van Macedonië, Philippus, had ook het idee om een slag tegen de Perzen te gaan voeren, maar het zou hem niet lukken om dit ook echt te doen, hij werd namelijk in 336 v. Chr. vermoord.

Alexander de Grote 356 - 323

Na de dood van koning Philippus van Macedonië, hij werd vermoord in 336 v.C., nam zijn zoon Alexander de heerschappij over het rijk over.
Alexander had als ideaal om het grote Perzië te veroveren en een machtig wereldrijk onder zijn aanvoering tot stand te brengen.
Eerst moest de jonge koning echter de opstand onder de Grieken, die ontstond na de moord op zijn vader, te grond inboren. Het stoppen van de opstand was voor Alexander en zijn machtige leger geen enkel probleem.
Nu was het tijd voor het tweede karwei, het veroveren van Perzië. In 334 v.C. stak hij over naar Klein-Azië, waar hij een klein deel van het
leger van de Perzen versloeg. Een jaar later, bij de rivier de Issus, was het grote leger van de Perzen, onder aanvoering van Darius III, aan de beurt. Dit leger werd bijna vernederend verslagen door het zo grote en machtige leger van Alexander.
Na de verovering van Phoenicië en Egypte, waar hij een rijk stichtte dat Alexandrië heette, trok hij verder naar het oosten, op zoek naar het
centrum van het Perzische rijk. In 331 v.C. volgde daar de beslissende slag, waar Alexander zijn wens in vervulling kon laten gaan.
Toen Alexander in 325 v.C. aan de Indus stond en verder wilde trekken, kwamen zijn soldaten in opstand. Ze weigerde nog verder te gaan en eisten dat ze terug naar huis mochten. Alexander keerde daarop terug naar Babylon, waar hij een jaar later overleed.

Rome.

Overzicht Romeinse geschiedenis
Koninkrijk
753 v.C.
Stichting Rome

510
Superbus verdreven
Republiek
510-27
Verovering Italie
Buitenlandse oorlogen
Burgerlijke onlusten
Keizerrijk
27 v.C - 68 n.C.
Julisch-Claudische huis
69-96
Flavische huis
96-192
Adoptiekeizers
193-235
Severische huis
235-476
Soldatenkeizers
Italie tot Karel
476-774

Het Koninkrijk 753 - 510

De periode dat de (meestal Etruskische) koningen aan de macht waren, strekte zich uit van 750 v.C. tot ongeveer 500 v.C.
De macht was toen in handen van 1 koning. De senaat, de vergadering van senatoren, gaf de koning raad. Deze periode werd beëindigd omdat langzamerhand de koningen zich ontpopten tot alleenheersers, de Romeinen verjoegen toen de laatste koning uit Rome weg en ze besloten om van Rome een republiek te maken.

Tarquinius Superbus
Tarquinius Superbus ('de Trotse' of 'de Overmoedige'). Hij verzamelde een gewapende garde om zich heen en regeerde als een despoot.
Het feit dat de Etrusken in die periode op het toppunt van hun macht stonden (ze hadden net een verbond gesloten met Carthago en Corsica veroverd op de Grieken), zou kunnen verklaren waarom Tarquinius Superbus Rome kon tiranniseren.
Hij was ook afgestapt van de vreedzame politiek van Servius Tullius tov de Latijnse steden en dwong de dichtstbijzijnde zich te onderwerpen. Tijdens een oorlog met de Volsci kwam het tot een opstand onder leiding van Tarquinius Collatinus en Lucius Junius Brutus.
Na het verdrijven van Superbus (en de verbanning van het hele geslacht van de Tarquinii) legde de Romeinse bevolking de gelofte af voortaan
geen koning meer te dulden. De blinde haat tegen het koningschap zou 5 eeuwen later leiden tot de moord op Caesar. De val van Tarquinius Superbus (509 v. Chr.) betekende het einde van de monarchie, en luidde het begin in van de Romeinse Republiek.

509 v. Chr. – 27 v. Chr. :

De Romeinse Republiek.

Bij aanvang van de Romeinse Republiek (509 BC) is Rome de leidende stad van de Latijnse Stedenbond, zijn de meeste naburige bergstammen onderworpen en heeft de Romeinse expansie de Tiber monding bereikt. Ondanks deze successen is Rome nog steeds een kleine stadstaat en voert gedurende de eerste eeuw van de Republiek noodgedwongen een defensieve politiek. Het ziet zich omringd door Italische grootmachten en probeert zich te handhaven tegenover de opdringende Etrusken.
Het duurt tot 406 BC vooraleer Rome zijn eerste veroveringsoorlog op Etruskische grondgebied voert. Na de verwoesting door de Galliërs (390 BC) herrijst Rome uit zijn as, neemt de leidende positie in Midden-Italië van het door de Gallische raids fel verzwakte Etrurië over en verovert in 120 jaar tijd het ganse schiereiland.

Na de verovering van Tarente (272 BC) en Rhegium (270 BC), de vernietiging van de Samnieten (269 BC) en de val van de laatste Etruskische stad Volsinii (265 BC) is Rome klaar om zijn hand uit te strekken naar gebieden buiten het schiereiland. Het eerste slachtoffer is de vroegere bondgenoot Carthago, waarmee Rome een heroïsche tweestrijd zal voeren tijdens de 'Punische Oorlogen'. Het zijn deze oorlogen die Rome buiten Italië brengen en haar doen inzien dat de wereld niet ophoudt aan de natuurlijke grenzen van het schiereiland.
(Latijn: res publica= de zaak van het volk)
Tijdens deze tijd werd het rijk bestuurd door de senaat en 2 consuls. Deze consuls werden door de volksvergadering gekozen voor één jaar en zij hadden vetorecht.
Door de veroveringen in Zuid-Italie stuitten de Romeinen op sterk verzet van de Sicilianen en de Carthagers in Noord-Afrika. Carthago werd bestreden in de drie Punische oorlogen die in de periode 264-146 v.Chr. gevoerd werden. In de Eerste Punische Oorlog (264-241 v.Chr.) werd Sicilië de eerste Romeinse provincie en werden Sardinië en Corsica geannexeerd. Na de Tweede Punische Oorlog werd Spanje Romeins gebied en werden de bondgenoten van de Carthagers, de Macedoniërs, verslagen. Ook Syrië werd door de Romeinen in 190 v.Chr. definitieve verslagen en werd gedwongen vrede te sluiten waardoor hun macht ernstig werd beknot.

In de Derde Punische Oorlog werd Carthago verwoest in 146 v.Chr. en tot een Romeinse provincie gemaakt. In 168 v.Chr. werd Perseus van Macedonië verslagen en zijn gevierendeelde rijk werd samen met Griekenland in 146 v.Chr. als een provincie ingelijfd. De grote handelsconcurrent Korinthe werd ook in 146 v.Chr. verwoest en westelijk Klein-Azië werd in 133 v.Chr. bij testament aan het uitdijende rijk toegevoegd.
Door al deze veroveringen ontstond een totaal andere sociale structuur in het Romeinse rijk. Belastingpachters in de provincies werden steeds
rijker en machtiger waardoor de boerenbevolking veel te lijden had. De Senaat, het machtigste orgaan in het rijk, had al snel geen overwicht meer en de heersende klasse raakte onderling sterk verdeeld. Deze situatie zou uiteindelijk leiden tot een aantal burgeroorlogen in de periode 90-30 v.Chr. en steeds waren twisten tussen generaals, politici en andere belangengroepen de aanleiding.

De Eerste Burgeroorlog (88-81 v.Chr.) ging tussen Marius en Sulla om het opperbevel over het leger. Marius werd eerst door Sulla verdreven maar later kwamen de aanhangers van Marius weer aan de macht. In 82 v.Chr. werden de partijgenoten van de inmiddels gestorven Marius verslagen door Sulla die de macht van de Senaat weer herstelde en een einde maakte aan het dictatorschap.

Na de dood van Sulla in 79 v.Chr. ontstond er een strijd over zijn opvolging. Het lukte niemand om alleen de macht te grijpen, waardoor het zogenaamde "Eerste Driemanschap" ontstond met Crassus, Pompejus en Julius Caesar. Crassus sneuvelde al snel in 53 v.Chr. en Caesar vertrok in
58 v.Chr. naar het noordelijke Gallië dat hij in acht jaar tijd wist te onderwerpen en tevens wist hij zo het leger aan zich te binden.
Pompejus richtte zich steeds meer op de senaat en in 52 v.Chr. had hij zoveel macht verworven dat hij bijna dictator genoemd kon worden. Een conflict tussen Caesar en Pompejus was niet te voorkomen en in de Tweede Burgeroorlog (49-45 v.Chr.) werd Pompejus verslagen en gedood.

Caear was nu de alleenheerser en begon met de reconstructie van de Romeinse staat en legde daarmee de basis voor het toekomstige keizerrijk.
In 44 v.Chr. werd hij vermoord door republikeinse senatoren en er volgde een verwarde tijd die besloten werd met de oprichting van het Tweede
Driemanschap in 43 v.Chr., dat bestond uit Octavianus, Lepidus en Marcus Antonius. Deze "driemannen" verdeelden het rijk waarbij Lepidus al snel op het tweede plan kwam te staan.

510-27 v.C.: REPUBLIEK
Verovering Italië
493
Oprichting Latijnse Bond
450
Wet der Twaalf Tafelen
390
Galliërs verwoesten Rome
338
Onderwerping Latijnse Bond
282-272
Oorlog met Tarente en Pyrrhus
Buitenlandse Oorlogen
264-241
Eerste Punische Oorlog
219-201
Tweede Punische Oorlog
216
Slag bij Cannae (Hannibal)
202
Slag bij Zama (Scipio Maior)
197
Slag bij Cyonscephalae (Grieken bevrijd v. Macedonië)
149-146
Derde Punische Oorlog
146
Carthago verwoest (Scipio Minor)
146
Onderwerping Macedonië
133
Verwerving Asia Minor
Burgelijke onlusten
133
Tribunaat van Tib. Gracchus
123-122
Tribunaat van C. Gracchus
107-101
Consulaat van Marius (Numidië, Kimbren, Teutonen)
91-88
Bondgenotenoorlog
88-86
Terreur van Marius en Cinna
83-82
Eerste burgeroorlog (Sulla contra aanhang Marius)
82-79
Dictatuur van Sulla
70
1e consulaat Caesar, Pompeius
63
Samenzwering Catilina
62-53
Eerste Triumviraat (Caesar, Pompeius, Crassus)
58-51
Caesar verovert Gallië
49-48
Tweede burgeroorlog
48
Slag bij Pharsálus (Caesar verslaat Pompeius)
48-44
Dictatuur Caesar (vermoord in 44)
43-36
Tweede Triumviraat (Antonius, Lepidus, Octavianus)
42
Slag bij Philippi (republikeinen verslagen)
36-31
Derde burgeroorlog
31
Slag bij Actium (Octavianus verslaat Antonius)
27
Senaat verleent Octavianus titels Augustus en Princeps

Indeling rangen en standen Rome

Laag 1: Senatoren en grootgrondbezitters
Helemaal bovenaan, in de eerste laag (de top van de samenleving), stonden de senatoren. Zij kwamen voort uit de oude adel, en daarom waren ze erg rijk en bezaten zij grote landgoederen in de omgeving van Rome. De senatoren woonden in de stad en deelden de lakens uit in de politiek. De aristocraten oftewel De Patriciërs.

Laag 2: Rijke handelaars, bankiers en hoge militairen
In de tweede laag zaten de rijke kooplieden, bankiers en hoge militairen. Ook de mensen uit deze laag stonden nog erg hoog in de samenleving.

Laag 3: Kleine zelfstandigen
De kleine zelfstandigen, zoals de boeren en winkelaars, zaten in deze laag. Deze groep was dus eigenlijk de groep van de 'gewone' burgers;
schoolmeesters, bakkers, timmerlieden, slagers, kunstenaars en artsen. De kleine zelfstandigen hadden het niet altijd even gemakkelijk; vaak
was het moeilijk om het hoofd boven water te houden. Als dit niet lukte, belandden ze in de laagste groep van de samenleving.

Laag 4: Arme burgers
In de vierde laag zaten de arme burgers. Zij hadden geen vaste baan, en ze hadden vaak ook bijna geen bezit. Ze woonden in insulae, de flats

in de arme wijken van de stad. Deze mensen werden ook wel proletariërs genoemd. Als de proletariërs geen werk hadden (vaak was het enige werk seizoenarbeid), waren ze volledig afhankelijk van hun patronus.

Laag 5: De onvrije
Helemaal onderaan in de maatschappij bevonden zich de onvrije, de slaven. Zij hadden geen rechten, en waren eigendom van rijke personen. Ze konden dus gewoon verkocht worden.

De Romeinse Republiek is volgens de overlevering gesticht door Lucius Junius Brutus - een strenge republikein - in 509 v. Chr.
In die tijd was de stadsstaat Rome en het omliggende gebied (Latium) deel van de Etruskische monarchie. Brutus zou samen met Romeinse edellieden in opstand zijn gekomen tegen de despotische Etruskische koning Tarquinius Superbus (Tarquinius de Trotse) en zijn rechteloze kliek en werd daarop benoemd tot de eerste consul, het hoogste uitvoerende ambt in de Republiek. Het werd gewoonte dit ambt te delen en dus twee consuls (collegae) aan te stellen om alleenheerschappij te voorkomen. Consuls werden gekozen voor de tijd van één jaar.
Ook de andere gekozen magistraten werkten binnen een collegiaal systeem (werden per paar gekozen). Ieder ambt mocht slechts voor één jaar door dezelfde personen uitgeoefend worden.
Toen zijn twee zoons tegen de republiek samenzweren, deed Brutus zijn plicht als consul: hij liet ze berechten en terechtstellen. Dit bleef een belangrijk kenmerk van de oude Republiek: de zelfopoffering voor de staat.

De Twaalf Tafels
De Romeinse wet werd in de vroege Republiek (ca. 450 v. Chr.) op Twaalf Tafels in brons opgeschreven door de Decemviri Consulari Imperio Legibus Scribundis (de tien consuls) en had oog voor bescherming van plebejers tegen onrecht (vooral dat van jfeigenschap door schulden), garandeerde een goede verdediging van aangeklaagden en respecteerde zoveel mogelijk het gewoonterecht. De Romeinse wetgeving is zonder
twijfel de belangrijkste bijdrage van de Republiek aan de Westerse beschaving.
De jonge republiek benutte de zwakte van de Etruskische monarchie en veroverde heel Italië. In het leger (dus in de staat) speelden degenen

die de beste wapens konden kopen de machtigste rol. De militaire elite werd gerekruteerd uit de oorspronkelijke Romeinse aristocratie

(patriciërs van de 35 gens of stammen) en de rijke middenklasse (equestrianen).
Deze machtige groepen vormden de senaat, die de consuls en andere gekozen magistraten te controleerde.
De Senaat was het machtigste adviserende orgaan van de staat. De adviezen van de senaat kregen steeds meer de kracht van de facto wetten (in

feite dus decreten). Aanvankelijk had de senaat 200 leden.

De volksvergaderingen
De Romeinse Republiek behield een sterk militair, bureaucratisch en elitair karakter. Om het volk (plebejers) tegen deze macht te

beschermen, werd in 494 v. Chr. het ambt van tribuun ingesteld. Tribunen werden gekozen door de plebejers en kwamen op voor de rechten van

het volk. Vandaar de afkorting SPQR (Senatus Populus Que Romanus): "namens de senaat en het volk van Rome".
Tribunen waren soms charismatische populisten die ageerden tegen de rijke grondbezitters en handelaren. Zij konden wetten die gemaakt

werden door de senaat met een veto tegenhouden, net als onwelgevallige besluiten van magistraten.
De burgers waren georganiseerd in drie wetgevende volksvergaderingen (comitia) en hadden getrapt stemrecht; per clan, klasse, of

kiesdistrict.

De Republiek werd bestuurd door de Senaat. De senaat telde in het begin 300 mannen. Het waren allemaal rijke mannen, die we Patriciërs

noemen. De senaat werd geleid door 2 mannen, de consuls. Die 2 mannen waren in oorlogstijd de baas van het leger, minister van justitie en

minister - president. De 2 consuls werden ieder jaar gekozen door de mannelijke burgers in Rome.
Buitenlanders, slaven en vrouwen mochten niet stemmen. Zij hadden geen enkele politieke rechten.
De burgers die mochten stemmen kozen niet alleen consuls (leiders) , maar ook praetors (rechters), quaestors (beheerders van de geld),

aediles (verantwoordelijk voor openbare werken) en censors.

De Gracchi volkstribunen- Burgeropstanden

Burgerlijk protest tegen dit elitaire, drukkende systeem van vooral de lagere middenklasse en de kleine zelfstandige boeren leidde tot

de opkomst van de grote volkstribunen, de gebroeders Gracchus (zelf lid van een aristocratische clan). Tiberius Sempronius Gracchus (GEB. 168

v. Chr.), de oudste broer, was een groot sociale hervormer en werd tot tribuun gekozen in 133 v. Chr.
Hij zorgde voor een grootscheepse herverdeling van land (Lex Sempronia Agraria) en deed het nodige voor de paupers. Toen hij zich

opnieuw verkiesbaar wilde stellen - wat tegen de regels was - werd hij tijdens rellen vermoord.
In 123 v. Chr. deed zijn broer Caius Sempronius Gracchus (geb. 159 v. Chr.) een greep naar de macht om de hervormingen van Tiberius voort te

zetten en werd gekozen tot tribuun. Hij wilde de plebejers en de middenklasse verenigen tegen de macht van de patriciërs in de senaat. De Lex

Frumentaria bevoordeelde de kleine grondeigenaren en zorgde ervoor dat belastingopbrengsten voor een deel ten goede kwamen van het volk. De

senaat, had de belastingen willen gebruiken voor het verrijken van de aristocratie. Met de Lex Judiciaria probeerde hij de ridders (rijke

middenklasse) achter zich te krijgen door hen bepaalde rechten toe te kennen die daarvoor alleen door senatoren konden worden uitgeoefend

(bijvoorbeeld deelname aan juryrechtbanken).
Het lukte

Other pages containing these years:
   1000:
..GescH/BaC1/CardoA
..cH/BaC1/GariBaldi
..pHogeMiddeleeuwen
../GescH/BaC1/MoRen
..aC1/PrimoGenituur
..BaC1/RomeinseRijk
..scH/BaC1/ViKingen
..aC1/HCEconG_Week1
..BaC1/HCMidG_Week4
..BaC1/HCMidG_Week6
..BaC1/HCMidG_Week7
..BaC1/WCMidG_Week4
..H/BaC1/PalMer_P26
..lP/YearS_AdvanceD
..ialeGs_HoofdStuk2
..GescH/BaC1/EeDesO
HelP/YearS_BasiC
..iReprGov_ChapteR1
..escH/BaC1/MeekraP
..MeWoView_ChapteR9
..MeWoView_ChapteR5
   1100:
..storiaCalamitatum
..H/BaC1/HofStelsel
..H/BaC1/PalMer_P58
../HCNedGs_CollegE4
..MeWoView_ChapteR5
   1500:
..aC1/BoekDrukKunst
..eLateMiddeleeuwen
../LateMiddeleeuwen
..aireVeranderingen
../BaC1/RenaisSance
../MedievEu_352-375
..1/VanAgrar_79-107
..C1/VanAgrar_49-77
../VanAgrar_135-162
../VanAgrar_123-133
..H/BaC1/PalMer_P11
..H/BaC1/PalMer_P12
../HCNedGs_CollegE3
../HCNedGs_CollegE4
..TheorieI_HoorCol1
..heWorldS_ChapteR8
   1600:
..IndischeCompagnie
..indischeCompagnie
../HCInlGesch_week7
..BaC1/HCMidG_Week9
..C1/HCNieuwG_week7
..C1/WCNieuwG_week2
..H/BaC1/PalMer_P14
..H/BaC1/PalMer_P16
..H/BaC1/PalMer_P18
..H/BaC1/PalMer_P19
..H/BaC1/PalMer_P28
..H/BaC1/PalMer_P36
..H/BaC1/PalMer_P70
../BaC2/GsVdNL_H4P2
..ialeGs_HoofdStuk2
../HCNedGs_CollegE5
..heWorldS_ChapteR3
   6000:
..iReprGov_ChapteR1
..ToSocialAnarchism

Part of the LogiLogi Network: The LogiLogi Foundation - LogiLogi.org - OgOg.org
This is an old version for archival purposes, see www.LogiLogi.org for the current version.
< Edit this document | View history | Printer friendly (inc. links) >
Visited 13368 times
Document last modified Thu, 19 Oct 2006 12:58:14
All content is available under the GNU Free Documentation License. The LogiLogi-system is under the GPL
SourceForge.net Logo Zylon Internet Services-Groningen Logo
Visitor statistics