FeminismeIn de burgerij en middenklasse was het ongepast voor een vrouw om (betaald) werk te verrichten. Zij moest vrouw en moeder worden óf vrijwilligerswerk doen. Arbeidersvrouwen moesten vaak werken, maar dat gebeurde dan wel afgescheiden van mannen want samen in 1 ruimte werken werd als onzedelijk gezien. Vrouwen verdienden minder dan mannen, kregen lage banen en konden geen carrière maken. Beschermende wetgeving werd alleen aangenomen met als motivatie dat vrouwen zwakker waren dan mannen. Aan het eind van de 19e eeuw kwam het feminisme op in de vorm van vrouwenraden. Vrouwen, onder aanvoering van de meest achtergestelde middenstandsvrouwen, eisten economische zelfstandigheid, politieke zelfstandigheid en beschikking over hun eigen lichaam.
Mannen werden gezien als seksuele beesten en mochten derhalve naar hoeren en vreemd gaan, terwijl dat bij vrouwen tot echtscheiding leidde. De feministische beweging bewerkstelligde een bordeelverbod en gelijke rechten op echtscheiding. Vrouwen hadden geen kiesrecht omdat ze geen mening hadden buiten die van hun man, maar door de toenemende verzelfstandiging van vrouwen kon dat niet meer hooggehouden worden. In de EersteWereldOorlog namen vrouwen veel arbeidsplaatsen in van mannen die in het leger zaten, waardoor ze zich bekwaam bewezen en dienstbaar waren. Feministische bewegingen zoals de Women's Social and Political Union en de arbeidersbewegingen hielden zich rustig tijdens de oorlog, en zowel arbeiders als vrouwen eisten daarna hun beloning op in de vorm van kiesrecht. Met deze mijlpaal boette de feministische golf aan kracht in, en een deel van de vrijheden werd in de jaren 1930 weer teruggedraaid, maar lang niet alles. |
MenuList
specific:
