Fremd Ling_3.3.3 AziëDe Aziatische landen slaagden er na de TweedeWereldoorlog nog sneller in dan de Afrikaanse om het juk van de koloniale overheersing af te werpen. Hoewel de bevolking enorm toenam, was in een aantal landen de economische groei groter dan in West-Europa. Dat geldt niet alleen voor de stadstaten Singapore en Hongkong, maar ook voor Zuid-Korea en Taiwan. Beide landen waren voor de oorlog koloniën van Japan geweest. In het kader van de dekolonisatie werden op grote schaal landhervormingen uitgevoerd, waardoor de grond evenwichtiger werd verdeeld en de marktgerichte productie sterk werd gestimuleerd. De regeringen van de twee landen namen Japan als voorbeeld en voerden een groeibeleid gebaseerd op de export van industrieproducten. Deze regeringspolitiek werd ondersteund door grote investeringen in het onderwijs, lange werktijden, een sterke nadruk op de arbeidsdiscipline en de overname van moderne technologieën. Hoewel de regeringen door middel van strikte richtlijnen, subsidies en belastingfaciliteiten een sterke greep op het economische leven hadden, bleven de ondernemingen particulier bezit. Beide landen waren bondgenoten van de Verenigde Staten en kregen in de jaren vijftig en zestig Amerikaanse kapitaalhulp. De ontwikkeling van de tot nu toe nog niet besproken grote Aziatische landen moet teleurstellend worden genoemd. Betrekkelijk afgeschermd van de wereldeconomie, voerde India een beleid waarbij de overheid het economische leven sterk beïnvloedde. Naar het voorbeeld van de Sovjetunie werd het economische beleid gekenmerkt door planning, een voorkeursbehandeling van de zware industrie (staatsbedrijven) en een streven naar AutarKie. India collectiviseerde de landbouw evenwel niet, evenmin als het midden- en kleinbedrijf. De Indonesische economische politiek stortte het land tegen het eind van de jaren vijftig in een crisis. Buitenlandse investeringen werden slechts mondjesmaat toegelaten en wat er toegelaten was, werd in 1957 tenslotte geconfisqueerd. Het beheer van de plantages werd verwaarloosd. Er was sprake van grote begrotingstekorten en hyperinflatie. Door dat alles was het BBP per hoofd van de bevolking in 1965 zelfs tot onder het niveau van 1938 gedaald. Na 1965 werd de economie volgens kapitalistische principes gereorganiseerd en ze vertoont sindsdien weer een duidelijke groei. Het armste gebied van Azië bleef Oost-Pakistan (sinds 1970 Bangladesh), dat steeds weer door natuurrampen en corrupte regimes wordt geteisterd. Het was in 1973 nog armer dan het in 1950 al was. |
MenuList
specific:
