HC Econ G_Week1Donderdag 5 december Economische en Sociale geschiedenis Collenteur Voedselgebrek kan meerdere oorzaken hebben. Tijdens hongersnoden word er bijvoorbeeld óf te weinig voedsel geproduceerd óf de verdeling ervan is (zeer) ongelijk. De voedselproductie heeft te maken met:
Economische en Sociale Geschiedenis houdt zich bezig met: Economische ontwikkelingen: Hoe komt het dat de Westerse cultuur een langere/permanente periode van behoeftenbevrediging kent? Demografische ontwikkelingen: Met wat voor bevolking heb je te maken? En hoe is die samengesteld? Sociale ontwikkelingen: De mogelijkheden of onmogelijkheden van bepaalde groepen in een samenleving Belangrijk: de SAMENHANG tussen deze ontwikkelingen. Kenmerkend voor Economische en Sociale Geschiedenis: Het lange termijn perspectief : hierdoor is vergelijk ook mogelijk (tussen periodes, gebieden) Het theoriegebruik: veel theoriën uit sociologie en demografie etc. Kwantitatief en kwalitatief: meten in het verleden De agrarische economie van het feodalisme In de overgangstijd van de oudheid naar de middeleeuwen, waren er nauwelijks grootschalige productiecentra, slechts kleine ambachtelijke werkplaatsen. 95% van de bevolking voorziet zelf in hun eten door middel van landbouw. De agrarische economie van het feodalisme is gegroeid uit barbarij en Romeinse restanten. Nadat het West-Romeinse Rijk was verdwenen waren daarmee ook alle handelsroutes verdwenen. Gevolg: economische desintegratie. In plaats van dat er handel tussen verschillende gebieden onstaat moet nu elk gebied voor zichzelf zorgen. Gebieden die zich in een product hadden gespecialiseerd hadden daar nu niks meer aan. (olijfolie bijvoorbeeld) Er moest voedselproductie plaatsvinden in plaats van specialisatieprodutcie. In sommige gebieden kun je niet optimaal voedsel produceren. Daar zie je dan ook een teruglopende bevolkingsdichtheid. Maar het optimale leefgebied is niet waar je het best voedsel kan verbouwen. Het optimale leefgebied word vooral bepaald aan de hand van de verdedigbaarheid van dat gebied, vooral in de roerige tijden van de VroegeMiddeleeuwen. Hoe meer de (kleine) groepen binnen een gebied op zichzelf teruggeworpen werden, hoe meer ze op elkaar aangewezen waren. Dit versterkte wel de onderlinge band. Later kwam het leenheer leenman stelsel opzetten (HofStelsel), en dat resulteerde in horigen. (horigen hebben andere (betere) rechten dan slaven) Dit systeem bestond uit een wederzijdse afspraak: de leenheer/leenman bood bescherming en kreeg daarvoor loyaliteit en andere diensten terug. De overerving van sociale status wordt norm en dat heeft sociale gevolgen. Het opkomen van nieuwe groepen in de samenleving word beperkt. Mensen komen terecht waar ze volgens geboorte thuishoren. Er is geen sociale dynamiek meer maar sociale stagnatie. Agrarische Economie Essentie: primitief overheidssysteem basiskenmerk: vrijwillige ruil belastingstelsel als ruilproces in natura (per jaar zoveel dagen werken op het land van je heer) van bovenaf: rechtspraak bescherming, buffer bij misoogsten van onderop: goederen, arbeid Agrarische Economie: de successen van 1000 tot 1300 : economische groei - extensief (bijvoorbeeld Drang nach Osten) - intensief (meer opbrengst per hectare) - bevolkingsgroei, kolonisatie en de ontwikkeling van een sociaal systeem Agrarische Economie: sociale orde en bevolkingsgroei Omdat de squatters niet aan het land gebonden zijn als horigen, trekken zij de wijde wereld in. Lang leven de zwervers en de krakers (squatters): de ontwikkeling van de handel begint weer op gang te komen. Deze squatters worden kermisklanten en kooplieden en zorgen zo voor economische (herintegratie) Ook helpen ze bij de ontwikkeling van steden. De steden overleefden de vroege middeleeuwen door de jaarmarkten: een markt die een week lang duurde en die op vastgestelde data plaatshad. Door dit soort inivitiatieven komt er weer een economische integratie in Europa. Ook is er sprake van geografische spreiding van de grote landhandel. Tenslotte komt men weer terug op het geld. Geld heeft veel invloed op het feodale systeem. Zo wordt door de herintroductie van het geld het gemakkelijker gemaakt voor de boeren om zichzelf vrij te kopen en/of om te gaan pachten. Het proces van horigen naar min of meer zelfstandige boeren heet commutatie. De bevolking groeit steeds harder (1000-1340). Wat je dan ziet is de zogenaamde MalthusiaanseVal: Als de economische groei (bestaansmiddelen) te laag is om de bevolkingsgroei op te kunnen vangen, daalt de bevolkingsgroei. |
MenuList
specific:
