HC Nieuwste G_week2Hoorcollege 2 (8-4-2002): De nationale gedachte I (1770-1848) 1. Actualiteit van het nationalisme/ de wetenschappelijke discussie over het nationalisme Ook belangrijk om de tragiek van Joegoslavië te kunnen begrijpen. - Uitholling van de nationale staat (product van de 19e en 20e eeuw): o Europese integratie --> Maastricht/ Schengenverdrag, Verdrag van Amsterdam 1997, invoering van de euro. o Oriëntatie op de eigen regio --> tegenwicht van de europeanisatie. Regionale pers en media draaien goed. Belangstelling voor regionaal nieuws. Dialect weer mode. o Euregio's: grensoverschrijdende verbanden. Bijvoorbeeld Maastricht + Aken + Luxemburg. - Tegelijk: heftig nationalisme/ etnicisme. o Voormalige Sovjetunie (Tsjetsjenië, Georgië, Tshechoslovakije, Joegoslavië). o Joegoslavië: gecompliceerde etnische structuur. "Moslims" als etnische groep, terwijl dit eigenlijk Serviërs zijn die van Grieks orthodox christendom bekeerd zijn tot de islam. Het etnische en religieuze wordt hier dus samengenomen. o Etnicisme, multiculturalisme. 2. Nationalisme als thema in de nieuwste geschiedenis Verbonden met: - Romantiek en Verlichting (liberalisme). - Democratiseringsproces. - Ontwikkeling geschiedwetenschap: geschiedenis als middel om nationale aanspraken te verantwoorden. o Bijvoorbeeld in Bohemen: spanningen tussen Tsjechen en een Duitse minderheid, die de macht had. Romantiek: Tsjechen zoeken naar culturele trots in het verleden. Vanaf de 19e eeuw heb je Tsjechische en Duitse Bohemers, is er een verschil. Oude literatuur werd gevonden die de Tsjechische cultuur bevestigde. Na enkele decennia was men eindelijk bereid in te zien dat het vervalsingen waren. Mazaryk moest nog aftreden omdat hij beweerde dat de geschriften vals waren en het parlement dit niet wilde accepteren. In de 19e eeuw zijn allerlei "klassieke" geschiedwerken geschreven. Drie fasen in de ontwikkeling van de nationale gedachte: I Cultureel/ Romantisch nationalisme (1770-1848) --> dit college. II Vorming van nationale staten (1848/1859-1870/1918) --> college 3. III Intensieve natievorming en assertief nationalisme (1870-1914). Actief beleid om de staat te nationaliseren --> college 4. 3. Het begin van het nationalisme - wat is nationalisme? Discussie over de herkomst van het nationalisme. Historiografisch: sommigen zeggen dat het al in de 17e eeuw begon (Engeland en de Republiek, samen tegen Spanje). Anderen beweren dat er weliswaar absolutisme en centralisatie waren, maar dat nationalisme gepaard ging met de industrialisatie, die vanaf de 19e eeuw saamhorigheid nodig had om te functioneren. Gellner (Nations and nationalism): nationalisme kwam pas in de late 19e eeuw. Invloedrijke maar omstreden theorie. Terminologie - Staat: territoriale, juridische, bestuurlijke eenheid. o Voor 1848: veel staten met diverse volkeren (Oostenrijk). o Voor 1848: ook naties die erg veel staten hadden (Duitsland, Italië). - Volk/ natie: gevoelsgemeenschap met bepaalde karakteristieke collectieve elementen (taal, religie, historie, bestuur, gemeenschapsgevoel). o Bosnië: bijna elk dorp zag zich daar als een natie. - Nationaal besef: gevoel of streven een natie te vormen (milde vorm van nationalisme). - Nationalisme: ideologie van de natie als hoogste/ hoge waarde. Het ophemelen van nationaal besef. Nationalisme is niet "natuurlijk", maar imagined community (B. Anderson, 1983). Aangeleerd. Het gaat boven regionaal of internationaal belang. Kosmopolitisme (= liefde voor de hele mensheid) is maar gelul. Beweging naar binnen toe (versterken eenheid) en naar buiten toe (afzetten tegen anderen). Hoe ontstaat dit? Het begon bij kleine groepjes intellectuelen en werd in de 18e/ 19e eeuw overgenomen door de burgerij. Daarna werd het beleid van de nationale overheid om ons dit in te wrijven. 4. Twee basisvormen: patriottisme/ burgerschap en etnisch/ cultureel nationalisme - Patriottisme: burgerschap. In de 18e eeuw werd de maatschappij ingewikkelder, burgers gingen betere contacten met elkaar onderhouden. Dit deed men in de eigen landstaal, men werd een communicatiegemeenschap. Levensstijl was een van de gespreksonderwerpen. Goed burgerschap, verantwoordelijkheid werd een ideaal. Natuurrecht: hoorde er een aristocratie te zijn? Moesten burgers niet meebesturen? 1780-1787: patriotten versus prinsgezinden in de Republiek. Men wou geen eigendom meer zijn van de prins. Volkssoevereiniteit. - Cultureel of Romantisch nationalisme. o Eigen cultuur en geschiedenis: een band door gemeenschappelijk verleden. Laat 18e eeuw: schrijvers zochten de ziel van het volk op het platteland (Romantiek). J.G. Herder is de belangrijkste Romanticus. Volksgeest, volksziel. Het volk als een wezen met een eigen ziel en karakter. o Reactie op de verfransing van Europa. De Franse Revolutie versterkte het gevoel van volkssoevereiniteit. Zowel patriottische als culturele eenheidsgevoelens kwamen op tijdens de Franse Revolutie en Napoleontische bezetting. Nationaal leger kwam op, en deze ideeën werden door Napoleon over heel Europa verspreid. Pas tijdens Napoleon werd buitenlandse (Franse) overheersing als een last gezien. Napoleon dacht dat zijn ideeën over de Staat universeel, het beste voor iedereen waren en drong zijn regels overal op. Goed bestuur was, zoals de Verlichting leerde, het belangrijkste. De Romantiek beweerde juist het tegenovergestelde. Congres van Wenen (1814-1815) Luisterde niet naar nationalisme en liberalisme. Herstel van oude structuren en herordening van Europa was het belangrijkst. Landen werden zomaar verkaveld of samengevoegd zonder rekening te houden met nationale gevoelens, maar puur uit strategisch oogpunt, machtsbalans en de belangen en wensen van vorsten. 1815-1830/1848 Bewegingen komen op die het opnemen voor cultureel nationalisme. De toegevoegde eis van een eigen staat zorgde voor de revoluties van 1830 en 1848. |
MenuList
specific:
