|
Suez Crisis/Midden Oosten Middenoosten was belangrijk voor: transport, ook voor vliegverkeer olie, sinds 1930 belangrijk kruispunt van 3 continenten, religies, sinds de val van het Ottomaanse rijk in de EersteWereldoorlog een chaos. komst van IsraeL in 1948 Koninkrijk Egypte Nasser 1956 opstand, koning gewipt door Officieren, NasSer? Nationalistisch en Communistische ideen. NasSer? wilde: Britten weg Arabische eenheid, tegenstander van het BagdadPact? Kiest de 3e weg v Bandang (?) Niet gebonden landen Wilde IsraeL klein houden, of helemaal weg hebben. Wel geschrokken van de millitaire macht van Istrael 5.9 De naoorlogse periode tot 1967 (VAR en Suezcrisis) Inmiddels waren op instigatie van Nahas Pasja de eerste stappen gezet naar de oprichting van de Arabische Liga op 22 maart 1945. Egypte trachtte binnen deze organisatie de Arabische wereld te mobiliseren in een strijd tegen de laatste restanten van de Britse imperiale positie in het Midden-Oosten. (De Britten beheersten nog steeds Soedan en het Suezkanaal.) De verloren Palestijnse oorlog in 1948 schiep een steeds chaotischer politieke situatie in het land, terwijl het bewind van Faroek werd gekenmerkt door corruptie en willekeur. De koning werd geconfronteerd met een groeiend aantal oppositionele groeperingen, waaronder de communisten en de snel opkomende extreem-rechtse Moslemse Broederschap (opgericht in 1928). De geheime tak van deze organisatie pleegde diverse moordaanslagen op politici. De leider van de Broederschap Hassan al-Banna werd in 1949 vermoord. In het leger bestond inmiddels een geheime organisatie van jonge officieren onder leiding van kolonel Djamal Abd al-Nasser; toen Faroeks geheime politie haar op het spoor was gekomen, voerde de organisatie op 23 juli 1952 een staatsgreep uit. Faroek verliet als banneling het land, waarna op 18 juni 1953 de republiek werd geproclameerd. Er vond een strijd om de macht plaats tussen generaal Mohammed Naguib, de nominale voorzitter van de militaire junta, en kolonel Nasser, die in het voordeel van Nasser werd beslist. In okt. 1954 bereikte Nasser met Engeland overeenstemming over de terugtrekking van de Britse troepen langs het Suezkanaal. Hij maakte vervolgens een aanvang met de uitvoering van sociale en economische hervormingen; in zijn buitenlandse politiek ontpopte hij zich als een overtuigd voorstander van de politiek van ongebondenheid. In juli 1956 beantwoordde hij Brits-Amerikaanse pogingen om Egypte te dwingen tot deelneming aan het Bagdadpact (zie Centrale Verdragsorganisatie) met de nationalisatie van het Suezkanaal. Uit de daaruit voortvloeiende Suezcrisis, die in het gezamenlijke militaire optreden tegen Egypte van Engeland, Frankrijk en Israël, eind oktober haar hoogtepunt kreeg, trad hij dankzij een ‘de facto’-samenwerking van de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie in de Verenigde Naties als diplomatiek overwinnaar te voorschijn; radicale groepen in de gehele Arabische wereld zagen hierna in hem het symbool van een Arabische renaissance. Een van deze groepen, de Syrische socialistische Ba‘thpartij, ijverde voor een politieke band tussen Syrië en Egypte en op 5 febr. 1958 kwam een Egyptisch-Syrische Unie tot stand, die de naam Verenigde Arabische Republiek (VAR) kreeg. Nasser werd als eerste president van de VAR aangewezen. Nasser wist zijn greep op het politieke leven binnen de VAR steeds meer te versterken, en onder de Syrische bourgeoisie en militairen ontstond grote ontevredenheid over het Egyptische centrale gezag, vooral nadat Nasser in juni 1961 de meeste grote Syrische ondernemingen had genationaliseerd. Op 28 sept. pleegde een aantal Syrische officieren een staatsgreep en scheidde Syrië zich weer van de VAR af. Nadat de VAR in 1958 tot stand was gekomen, waren ook andere Arabische staten uitgenodigd zich bij de nieuwe unie aan te sluiten. In maart 1958 werd een losse federatie gesloten tussen de VAR en Jemen, genaamd de Verenigde Arabische Staten (VAS). Ook de VAS bleek niet erg levensvatbaar; zij viel in dec. 1961 uiteen. Terwijl inmiddels de betrekkingen tussen Egypte (de naam VAR bleef officieel nog tot 1971 bestaan) en het Westen verslechterden, verbeterde de relatie met de Sovjet-Unie, die tegen voordelige voorwaarden wapens en technische uitrusting leverde en hulp verleende bij de bouw van militaire installaties en industriële projecten (o.a. de Aswandam). Communistische partijen bleven echter binnen Egypte verboden en hun leden werden vaak zwaar vervolgd. In juni 1962 werd een nieuw regeringssysteem ingevoerd, dat o.m. gebaseerd was op de Arabische Socialistische Unie (ASU) als enige politieke partij. Nasser wist zijn positie van belangrijkste leider van de Arabische wereld de volgende jaren voortdurend te versterken, maar zijn regering ondervond in deze periode ernstige economische moeilijkheden. Pogingen van de Saoedische koning Faisal in het begin van 1966 om een alliantie tussen een aantal conservatievere islamitische staten te vormen, werden door Nasser beschouwd als een reactionaire bedreiging van zijn macht in de Arabische wereld. Ook het bewind van koning Hoessein van Jordanië werd door Egypte sterk gekritiseerd. Er vond echter weer een zekere toenadering plaats tussen Egypte en Syrië en in nov. 1966 werd er, mede op aandringen van de Sovjet-Unie, een defensieverdrag tussen beide landen gesloten. Arabisch socialisme, AswanDam past hier in NasSer? deed precies wat Israel hoopte, Russische wapens kopen en Cina erkennen. Daarmee maakte NasSer? zich in de westerse wereld n.l. niet populair. NasSer? kon niet stuk bij de Arabische bevolking. Niet alleen strijd gewonnen, maar ook SuezKanaal nog steeds genationaliseerd. |
MenuList
specific:
