Nationalisme
vormen
Twee basisvormen:
- Patriottisme: burgerschap. In de 18e eeuw werd de maatschappij ingewikkelder, burgers gingen betere contacten met elkaar onderhouden. Dit deed men in de eigen landstaal, men werd een communicatiegemeenschap. Levensstijl was een van de gespreksonderwerpen. Goed burgerschap, verantwoordelijkheid werd een ideaal. NatuurRecht: hoorde er een aristocratie te zijn? Moesten burgers niet meebesturen? 1780-1787: patriotten versus prinsgezinden in de Republiek. Men wou geen eigendom meer zijn van de prins. Volkssoevereiniteit.
- Cultureel of Romantisch nationalisme.
- Eigen cultuur en geschiedenis: een band door gemeenschappelijk verleden. Laat 18e eeuw: schrijvers zochten de ziel van het volk (VolksGeist) op het platteland (Romantiek). JGHerdeR is de belangrijkste Romanticus. Volksgeest, volksziel. Het volk als een wezen met een eigen ziel en karakter.
- Reactie op de verfransing van Europa.
3 fases
- Cultureel / Romantisch nationalisme (1770-1848)
- Vorming van nationale staten (1848/1859-1870/1918)
- Intensieve natievorming en assertief nationalisme (1870-1914).
herkomst
Historiografisch: sommigen zeggen dat het al in de 17e eeuw begon (Engeland en de Republiek, samen tegen Spanje).
Anderen beweren dat er weliswaar absolutisme en centralisatie waren, maar dat nationalisme gepaard ging met de industrialisatie, die vanaf de 19e eeuw saamhorigheid nodig had om te functioneren. Gellner (Nations and nationalism): nationalisme kwam pas in de late 19e eeuw. Invloedrijke maar omstreden theorie.
Terminologie
- Staat: territoriale, juridische, bestuurlijke eenheid.
- Voor 1848: veel staten met diverse volkeren (Oostenrijk).
- Voor 1848: ook naties die erg veel staten hadden (Duitsland, Italië).
- Volk/ natie: gevoelsgemeenschap met bepaalde karakteristieke collectieve elementen (taal, religie, historie, bestuur, gemeenschapsgevoel).
- Bosnië: bijna elk dorp zag zich daar als een natie.
- Nationaal besef: gevoel of streven een natie te vormen (milde vorm van nationalisme).
- Nationalisme: ideologie van de natie als hoogste/ hoge waarde. Het ophemelen van nationaal besef. Nationalisme is niet "natuurlijk", maar imagined community (B. Anderson, 1983). Aangeleerd. Het gaat boven regionaal of internationaal belang. Kosmopolitisme (= liefde voor de hele mensheid) is maar gelul. Beweging naar binnen toe (versterken eenheid) en naar buiten toe (afzetten tegen anderen).
ontstaan
Hoe ontstaat dit? Het begon bij kleine groepjes intellectuelen en werd in de 18e/ 19e eeuw overgenomen door de burgerij. Daarna werd het beleid van de nationale overheid om ons dit in te wrijven.
De Franse Revolutie versterkte het gevoel van volkssoevereiniteit. Zowel patriottische als culturele eenheidsgevoelens kwamen op tijdens de FranseRevolutie en Napoleontische bezetting. Nationaal leger kwam op, en deze ideeën werden door NaPoleon over heel Europa verspreid. Pas tijdens NaPoleon werd buitenlandse (Franse) overheersing als een last gezien.
NaPoleon dacht dat zijn ideeën over de Staat universeel, het beste voor iedereen waren en drong zijn regels overal op. Goed bestuur was, zoals de VerLichting leerde, het belangrijkste. De RomanTiek beweerde juist het tegenovergestelde.
factoren
|