Palmer_P3333. DE WEG TOT NEWTON: DE WET VAN DE UNIVERSELE ZWAARTEKRACHT (293)
Ondertussen maakte de exacte wetenschap enorme vooruitgang op alle fronten. Noem er eentje: de Nederlander Antonie Van Leeuwenhoek. Hij vond de microscoop uit en was zo ook de eerste die spermatozoïden, bloedlichaampjes en bacteriën kon zien. (zie verder bladzijde 293-294) Astronomie, astrologie, natuurkunde, scheikunde, biologie, wiskunde (decimalen): allemaal maakten ze enorme vooruitgang en revolutionaire ontdekkingen door.
Sommige Griekse wetenschappers (wiskundigen) hadden de basis van het heelal en de aarde al terug geleid tot getallen (Plato, Pythagoras). Getallen zouden de sleutel zijn van al het leven. Op deze ideeën filosofeerde CoperNicus door. In 1543, vlak na zijn dood, werd zijn boek 'On the Revolutions of the Heavenly Orbs (aardbol)' gepubliceerd. Hierin beweerde hij (wat die sommige Grieken ook al hadden gezegd!) dat de aarde om de zon heen draaide en dat de zon het middelpunt van ons zonnestelsel was. Dit was dus een revolutionair idee in die tijd. Het enige probleem was dat Copernicus nog niet het materieel had om zijn stelling te kunnen bewijzen tegenover de ongelovige buitenwereld. Zijn stellingen bleven lange tijd alleen bekend in collegiale kringen (en zelfs daar werd hij vaak voor gek verklaard). Zijn assistent KepLer droeg zijn ideeën verder uit en ontwikkelde ze. De volgende stappen werden genomen door GaliLeo. (lees bladzijde 297-299!)
NewTon Newton bracht KepLer's ideeën over de bewegingen van de planeten en GaliLeo's ideeën over de beweging van de aarde bij elkaar tot één wet: de wet van de universele zwaartekracht. Na veel gedoe en nieuwe uitvindingen en wiskundige formules kon Newton deze stelling onderbouwen en publiceerde hem in 1687 in zijn boek 'WiskundigePrincipesVanDeNatuurkundigeFilosofie'. Hij legde hierin zijn hele gedachtegoed van de universele zwaartekracht uit. Twee objecten werden door die zwaartekracht tot elkaar aangetrokken. In NewTons tijd werden er ook verschillende geaccepteerde genootschappen voor wetenschappen opgericht. In 1662 de RoyalSociety OfLondon, in 1666 the RoyalAcademyOfSceinces in Parijs. Ondertussen werden er nog meer wiskundige formules en getallen uitgevonden, die oa de nautale scheepsvaartberekingen verbeterde. Op deze manier konden ook kaarten nauwkeurig berekend en getekend worden. Verder moet vooral de UitvindingVanDeStoomMachine niet vergeten worden. Net als meerdere apparaten werd ook de stoommachine in verschillende stappen ontdekt en verbeterd.
De belangrijkste verandering in gedachten door al deze uitvindingen, was dat de mens niet langer de basis van ons bestaan was, maar machines. Weliswaar waren deze machines door mensen uitgevonden, maar de mens zou toch niet meer zonder ze kunnen. De mens was afhankelijk geworden van machines. Verder deed de wetenschappelijke benadering het geloof in God wankelen. Filosofen en wetenschappers zagen geen enkele reden meer om in een God te geloven. (bijna) Alles kon nu door de wetenschap verklaard worden, en bovendien kon de wetenschap geen reëele aanwijzingen vinden dat er een God bestond. De eerste atheïsten sinds mensenheugenis staken de kop op (NIET WAAR!!!! In China waren in 500 v.Chr al a-theisten!, 't waren hoogstens de eerste (in noemenswaardige hoeveelheden) van Europa...). In plaats daarvan kwam bv het geloof in de natuurgodsdiensten terug, naar oud Grieks antiek voorbeeld, hoewel radicaal anders. De mens moest geloven in de natuur, en haar best doen ze te doorgronden, want de natuur had de mens geschapen en kon ook de mens zijn leven weer afnemen... Alles kwam uit de natuur en de natuur was alles. De natuur bestaat en heeft haar eigen wetten en daar kan de mens zich toch niet tegen verzetten. De natuur is de basis van alle leven en alle bestaan. Bovendien konden de natuurwetten wetenschappelijk onderbouwd worden. |
MenuList
specific:
