Ten Tamens_Tentamen Politieke Cultuur 25 oktober 20051. Maak de zin af met de juiste naam, het juiste begrip of de juiste term, of met het juiste vervolg. Of maak een duidelijke keuze (dmv omcirkling) tussen juist/onjuist : (12*0,25 = 3 punt) 1. De agenda van de Atheense volksvergadering werd opgesteld door 2. De Atheense demokratie was naast loting gebaseerd op het principe van 3. In de Romeinse Republiek werden magistraten benoemd door middel van 4. Van de door Manin behandelde Italiaanse stadstaten is degene waarvan het politiek bestel het dichts bij dat van het klassieke Athene komt 5. De vroege ‘representative government’ werd bepaald door een onderscheid tussen kiezers en gekozenen. Toch moesten de gekozenen rekening houden met de wensen van de kiezers. Dit gebeurde door… 6. Tot het einde van de 19de eeuw werden uitingen van onvrede die afweken van de mores van de burgerlijke elite vaak afgedaan als primitieve, ondoordachte oproer van het gepeupel, of als excentriek gedrag uit eigen kring. Bij nader inzien blijkt echter dat dergelijke acties vaak volgens een herkenbaar patroon verliepen en dat zij weldegelijk een politiek betekenis konden hebben. Om dat aan te tonen heeft de Amerikaanse historicus Charles Tilly het begrip…………….. geïntroduceerd. 7. In tegenstelling tot de britse politiek, die op gewoonte en traditie gebaseerd was, lag aan de continentale politiek van de negentiende eeuw een….ten grondslag. 8. Thorbecke’s bedoeling was niet om een democratie te vestigen, mar wel om een vertegenwoordigend stelsel te introduceren waarin de parlementariërs onafhankelijk van hun naaste omgeving hun standpunt konden bepalen. juist/niet juist 9. Manin onderscheid 4 factoren waardoor verkiezingen gepaard gaan met een zgn. ‘aristocratisch effect’ (het gegeven dat slechts een beperkte groep daadwerkelijk gekozen kan worden). Als een van die factoren noemt hij de kosten van verkiezingscampagnes. Men geeft geprobeerd dit aspect van ongelijkheid tussen potentiële kandidaten op te lossen door…….. 10. Gezien vanuit Manin’s invalshoek, zou je het Nederlandse verzuilde politiekesysteem niet als een curiosum hoeven te zien, maar eerder als een typisch of extreem geval van partijendemocratie. juist/niet juist. 11. De geschiedschrijving van de Nederlandse politieke cultuur kan verbreed worden door aandacht te besteden aan de invloed cq. Overname van buitenlandse voorbeelden in de Nederlandse politieke praktijk en/of omgekeerd door de overname van een in Nederland ontwikkelde praktijk in het buitenland. Deze benadering wordt aangeduid met het begrip…. 12. Naarmate de band van burgers met politieke partijen is verzwakt en het stemgedrag minder voorspelbaar is geworden, lijkt er meer nadruk te liggen op het belang van verkiezingen. Antwoorden: 1. boule 2. rotatie 3. verkiezing 4. Florence 5. het houden van regelmatige verkiezingen 6. repetoires of collective action en repetoires of contention 7. geschreven grondwet 8. juist 9. overheidssubsidies voor onder andere politieke partijen & campagnes 10. juist 11. political transfer 12. juist 2. Essayvraag (Van der Vliet): 2 punten De Atheense democratie had de politieke gelijkheid van de burgers als uitgangspunt. Leg aan de hand van tenminste drie uitgewerkte voorbeelden uit hoe dat principe in het Atheense bestel in de praktijk tot uitdrukking kwam. (3*0,5 pnt) Waarin verschilt het door Plato gehanteerde concept van gelijkheid van het gelijkheidsconcept dat in het Atheense politieke bestel gehanteerd werd? (0,5 pt) 3. Essayvraag (Van der Vliet): 1,5 punt Leg uit wat het verschil is tussen het in de Oudheid gangbare begrip van een ‘gemengde constitutie’ en Montesquieu’s idee van de scheiding van de machten. Laat zien, hoe de Romeinse Republiek als een voorbeeld van een gemengde constitutie kon worden beschouwd. Welke andere argumenten had men in de 18de eeuw om als een voorbeeld van een goed staatsbestel aan de Romeinse Republiek de voorkeur te geven boven de Atheeense democratie? 4. Essayvraag (Henkes): 1,5 punt Manin onderscheidt achtereenvolgens drie ideaal-typische vormen van ‘representative government’ in Europa. A Welke drie zijn dat? Geef aan wanneer de overgang van de ene naar de andere vorm plaats vond. B. Met zijn ideaal-typische benadering van de 3 vormen van ‘representative government’ gaat Manin voorbij aan het fenomeen dat inde geschiedschrijving van Europa in de 20e eeuw wel als de zgn. ‘crisis inde democratie’ wordt aangeduid. Geef kort aan wat daarmee wordt bedoeld. C. In de, tijdens het hoorcollege vertoonde, documentaire ‘Democratie voor beginners. Een kritische blik op de democratie als exportproduct’ tonen de makers zich onder de indruk over de wijze waarop Lee Kuan Yew – na het terugtrekken van de Britse koloniale macht – leiding heeft gegeven aande ontwikkeling vande stadstaat Singapore. In het bijbehorende dossier van het programma Tegenlicht stellen zij dat maleisie en Singapore het levend bewijs zouden vormen voor de theorie dat een land economisch kan bloeien en een tevreden bevolking kan hebben zonder persvrijheid, zonder een keuze tussen meerpartijen met regelmatige vrije verkiezingen en bijbehorende democratische instellingen. Geef daarop een kort en kritisch commentaar. 5. Essayvraag (Henkes) 2 punten Antwoord graag beknopt. Manin geeft als voornaamste voorbeeld van de ‘party democracy’ de sociaal-democratie die berust op de identificatie met de sociale klasse. A. Waarom kan men zeggen dat de partijendemocratie niet alleen een ‘sociaal’ element bevat (keuze op basis van sociale klasse), maar ook een ‘religieus’ element? Wijs in je beknopte antwoord op een bepaald soort partijen maar ook in het algemeen op de aard van de politiek die op een partijendemocratie is gebaseerd. B. Waarom vindt. Men in de partijendemocratie duidelijker een ‘religieus’ element dan in het parlementarisme? C. In welke zin kan men zeggen dat de ‘audience democracy’ weer deels terugkeert naar het parlementarisme? D. In beschouwingen over de recente Duitse verkiezingen werd een verschil gesignaleerd tussen kiezers uit Oost- en West-Duitsland. Vooral kiezers uit Oost-Duitsland zouden een meer onzekere factor vormen. Geef een beknopte verklaring waarbij je gebruik maat van de begrippen ‘party democracy’ en ‘audience democracy’. |
MenuList
specific:
