The World S_Chapte R3Hoofdstuk 3 (87). De Derde Wereld: kolonisatie, neo- kolonisatie en revolutie. De dekolonisatie van de 3e Wereld verscheen eerder dan dat men had verwacht. Het resulteerde in een serie van uitdagingen van de imperialistische landen in europa en Amerika. De meest opvallende was de opkomst van de sociale ( anti kapitalistische) revoluties, maar er waren ook andere, zoals de opkomst van de nationalistische regeringen, die bereid waren om Westerse eigendommen te nationaliseren en toch bereid waren om deel te blijven nemen aan het kapitalistische systeem. Neutralen die Oost tegen Westen wilden blijven uitspelen maar ook 3e wereld leiders die faalden om in hun land aan te blijven. In alle gevallen reageerden het Westen met geweld. Ondanks het verlies van koloniën, waren de geïndustrialiseerde landen van het Westen in staat om hun invloed via andere manieren te laten blijken. De 3e Wereld leiders waren afhankelijk van markten en investeringen die de eerdere koloniale machten hadden ingevoerd. Sterker nog: de 3e Wereld landen bleven binnen het kapitalistische systeem, ondanks hun politieke geaardheid. De meeste koloniën gingen over in een neo – kolonisatie proces. Landen waren politiek zelfstandig maar bleven economisch afhankelijk van het Westen. In de andere gevallen, waarin socialistische revoluties of nationalistische revoluties uitbraken, vormden deze ene grotere uitdaging dan het neo kolonialisme. De machtsevenwicht werd hierdoor beïnvloed, de strategische positie alsmede het economische voordeel. Amerika zou haar buitenlands beleid hierop concentreren en reageren door het ontwikkelen van contra revoluties waardoor zij invloed konden houden in die landen. Het Westen en de 3e Wereld (88). Het Westen en Amerika domineerden in 1945 de 3e Wereld. Zij noemden zichzelf de 1e wereld, de SU en Oost Europa de 2e wereld. Het kenmerk van de 3e wereld was dat het zich niet zou afscheiden maar dat het zich economisch zou integreren in Westerse geïndustrialiseerde wereld. Vanaf de 16e eeuw zou het resulteren in kolonisatie waardoor er economische en strategische voordelen te behalen vielen voor de Westerse landen. De koloniën werden gebruikt voor het leveren van goedkope arbeidskrachten en het leveren van grondstoffen. De werkelijke handel vond plaats tussen de rijke landen onderling. De 1e wereld was niet helemaal afhankelijk van de 3e wereld. In enkele gevallen was het hebben van een kolonie een dure aangelegenheid, zo duur dat het zelf de inkomsten overtrof. Maar dan toch was het hebben van een kolonie een belangrijke zaak, het gaf aanzien. Het feit dat de 1e wereld meer profiteerde van de kolonisatie dan de betreffende gekoloniseerde landen, zou leiden tot het ontstaan van revoluties. Het was niet alleen o; economisch gebied maar ook op het gebied van leveren van legers tijdens de 2e Wereld Oorlog. Miljoenen mannen werden ingezet tegen de Duitsers en Japanners. De Japanners zouden het zelfde doen, behalve Duitsland, zij moesten na de 1e Wereld Oorlog al hun veroverde landen inleveren. Wat duidelijk was dat de 1e wereld haar invloed in haar koloniën niet zomaar zouden opgeven. Zij hielden vast aan de koloniën omdat: - de grondstoffen waren noodzakelijk voor de wederopbouw het Europa en de tegen Rusland - de exporten zorgden voor inkomsten zodat de Europese landen hun schuld aan de VS konden betalen. - De gedane investeringen moesten worden veiliggesteld en in de toekomst kon er weer meer worden geïnvesteerd. - Status: Engeland en Frankrijk waren grote machten en konden hiermee de Amerikaanse invloed enigszins beteugelen. Al deze zaken zorgden ervoor dat het Westen haar koloniën en haar invloed in de 3e Wereld wilden veiligstellen en behouden. Een manier om hiervoor te zorgen was het ontwikkelen van hulp programma’s. Niet voor de koloniën, maar meer in eigen belang. Infrastructuur werd aangelegd of gemoderniseerd, of, als voorbeeld het “British Overseas Food Corporation”. Dit hulp programma werd na de 2e Wereld Oorlog ingesteld om er voor te zorgen dat er meer productie ( oogsten) van de Afrikaanse landbouw te verwachten viel. Niet voor de lokale bevolking, maar juist voor de export. Alle hulp die door het Westen werd gegeven aan de koloniën waren bijna allemaal voorzien van voorwaarden: geld dat werd gegeven moest worden besteed in het land dat het gaf of leende, zodat het eigenlijk een subsidie werd in het land in het Westen waardoor er werk en handel kon ontstaan. Het geven van hulp en de manier waarop gaf duidelijk aan wat het Westen eigenlijk op had met de 3e wereld. Het Westen bleef meer profiteren dan dat de kolonie er mee opschoot. De uiteindelijke situatie in 1945 was nog steeds die van rond de 16e eeuw: onderontwikkeld en zij werd uitgezogen om haar grondstoffen en goedkope arbeid. De 2e Wereld Oorlog en anti kolonialisme (93). Anti kolonialisme gevoelens ontstonden of werden versterkt door Japan en : • De 2e wereld Oorlog had een grote invloed op de 3e wereld. Beide kanten vertrouwden op hun koloniën om hen te helpen in de oorlog. Dit leidde uiteindelijk weer tot toename van het nationalistische gevoel maar ook tot irritatie in de 3e wereld. • Het Altantic Charter ( augustus 1941) opgesteld door Churchill en Roosevelt had een algemeen doel waarin stond dat er een einde gemaakt moest worden aan de verdere expansie van landen die ten koste zouden gaan van andere landen. Daarnaast erkenning van het recht van de mens om hun eigen vorm van regering/ bestuur te kiezen. Churchill zou een maand later dit verdrag al inperken en verklaren dat het alleen voor de door de Nazi’s veroverde landen zou gelden. Roosevelt echter wilde dat het voor iedereen zou gaan gelden. Dit met het oogmerk dat Europa zijn machtspositie m.b.t. de koloniën zou gaan verliezen. • Japan was de eerste niet blanke land dat de blanken had verslagen en de nationalisten zochten dus steun bij de Japanners. Bijv in Nederlands Indie waar vele kolonialen met de Japanners mee werkten, dit tot ergernis en ontsteltenis van de Nederlanders. Verder werd het een domino effect waarop Engeland en de VS alleen maar konden reageren door de opstandelingen beloftes te doen m.b.t. het krijgen van invloed op het bestuur. De oorlog in het verre oosten had nog meer gevolgen: Japan veroverde in zo’n korte tijd veel landen dat zij het zelf niet konden besturen. Er werden dan locale leiders aangesteld, zoals Sukarno, die later de 1e president van Indonesië zou gaan worden. De nationalisten zaten niet echt te wachten op de overheersing van Japan, maar zij waren de enige die de overheersing van het Westen tot een stoppen kon leiden. Voorts hadden zij de stille hoop dat onder Japans bewind dat zij meer invloed konden uitoefenen dan onder het Westen. Niet alle nationalisten werkten met de Japanners mee, er waren er ook die ondergronds gingen en zich verzetten tegen de Japanners. Japan deed in november 1943 het zelfde wat de Vs en Engeland hadden gedaan: beloftes maken aan de door hen veroverde gebieden. Ook die lanen zoude op den duur eigen bestuur krijgen, maar wel onder Japans gezag. De anti Westerse gevoelens waren allang aanwezig, deze moesten alleen nog worden gemobiliseerd. Filippijnen. Sinds 1898 had de VS de Filippijnen onderworpen en het zou tot 1906 duren voordat de onafhankelijks strijders overwonnen waren. De haat was er dus al. Toen de Japanners in 1941 en 1942 de eilanden bezette uitte dit gevoel door vernederingen en martelingen van de Amerikaanse soldaten. Niet de Japanners hadden zo goed gevochten, zij kregen vele steun vanuit de bevolking. Japan zijn grootste invloed was na de 2e WO. De oorlog eindigde in augustus 1945. De geallieerden hadden geen mensen genoeg om in alle door Japan veroverde gebieden hun invloed te laten gelden. Hierop verzochten zij de Japanners om tijdelijk die rol van bewaker te spelen. Japan koos eieren voor hun geld en willigden dit verzoek in. Nu waren zij dus pro Westers geworden. De nationalisten zagen met lede ogen aan: nu waren zij weer verkocht aan het Westen en nu door de Japanners. Het zou weer eens blijken dat het Westen nimmer over zou gaan tot afstand doen van de koloniën. De SU en de 3e wereld. (96) Na de 2e WO was de SU gene hoofdrol speler in de koloniale wereld. Zij hield zich hoofdzakelijk bezig met het voeren van anti propaganda tegen het westen. Zij was niet in staat om iets anders uit te voeren. Wat steunden wel bijvoorbeeld de communisten in het Noorden van Vietnam maar deed dat pas in 1950. De russen stelden hun prioriteit in Oost Europa. Voorts hadden de Russen geen koloniën. De Russen hadden wel satelliet landen zoals Cuba (1960), Mongolische Republiek (1920) en de Democratische Republiek in noord Korea(1910). Dit waren landen die eigen bestuur hadden maar onder Russisch gezag vielen. Wat deden de Russen dan wel? Het 1e naoorlogse Sovjet programma wat zij lanceerden was het leveren van economische en oorlogshulp aan niet communistische landen zoals Israël in 1948 tijdens hun strijd om onafhankelijkheid. Ook Guatemala werd door hen gesteund met zendingen van lichte wapens in 1954. De grootste hulp kreeg Egypte in 1955. Het westen liep voor met het geven van hulp en steun zeker als men de bedragen beziet. Ook hier lag Rusland achter op het Westen. Kolonialisme als het mogelijk was (99). In 1945 was het doel van het Westen om vast te houden aan de koloniën of in ieder geval, als er sprake zou zijn van onafhankelijkheid, het zou gaan op de door hen gestelde voorwaarden. In enkele gevallen werd er zelfs met geweld ingegrepen om die dolen te bereiken. Het was ondertussen wel duidelijk dat de drang om onafhankelijkheid al erg groot was en dat de Westerse landen wel moesten mee werken. Het was nu tijd om het proces te rekken zodat zij tijd zouden krijgen om locale, marionetten in te installeren. De VS was het enige land dat dit hele proces met een glimlach volgde: zij won hiermee. Europa zou haar machtspositie kwijt raken. Zelf behield zij haar eigen koloniën zoals Puerto Rico, Maagden Eilanden, Panama Kanaal gebied, Samoa, Guam Hawaï en natuurlijk de Filippijnen. Allen vielen met een soort van neo- koloniaal model. Voorts was het beleid van de VS dat zij liever zagen dat de koloniale landen zelfstandig werden dan dat zij onder communistisch bewind zouden raken. Frankrijk. Frankrijk was een land dat haar positie niet wilde opgeven en zij werd geconfronteerd met vele koloniale oorlogen. Frankrijk trad hard op. Zij bombardeerden bijvoorbeeld Damascus en wilden blijven in Syrië en Libanon. Echter zij moesten in 1946 hun legers terug trekken. Maar in Indo China had Frankrijk het grootste probleem. Daar steden niet alleen de nationalisten maar ook de revolutionaire communistische beweging onder Ho Chi Ming voor onafhankelijkheid. In november 1946 bombardeerden zij Haipong in het noorden van Vietnam en er ontstond een oorlog die tot 1975 zou gaan duren. De angst dat er communisten de baas zouden kunnen worden dreef de VS ook in de oorlog. Eerst steunden zij de Fransen maar in 1954 streden zij dapper mee. Nederland Nederland viel direct na de 2e WO in oorlog met Indie. De Japanners hadden in 1942 Nederlands Indie veroverd en meteen nationalisten uit de gevangenissen bevrijd. Onder hen was Sukarno. Japan beloofde onafhankelijkheid. Sukarno verklaarde dat de Indonesische Republiek nu onder zijn bewind viel. Zij hadden nimmer verwacht dat de Nederlanders ooit nog terug zouden keren. Echter, de na de 2e O kregen de Japanners de opdracht om de zaak te stabiliseren in Indonesië. De Nederlanders keerden in oktober 1945 terug in Indonesië en begon meteen orde op zaken te stellen. Onder druk van de VS en de VN zou Nederland moeten afzien van de kolonie. Aanvankelijk werd er een bestand gemakt en een verdrag opgesteld dat Indonesië onder Nederlands gezag zou blijven. Dat werd uiteindelijk verworpen. In 1950 werd de Republiek van Indonesië een feit en zij brak alle banden met Nederland. Hieruit bleek wel dat Nederland geen macht of kracht had om haar bezit te behouden. Onafhankelijkheid als het echt niet anders kan.(102) In sommige delen van de 3e Wereld waren de krachten van nationalisten te groot om tegen te vechten. De Westerse machten stonden dan voor ene keuze: in oorlog raken met die koloniën of terugtrekking in overweging nemen. Ook de mogelijkheid van neo – kolonialisme stond open, maar dan moest je er toch blijven met een leger. Engeland - Maleisië. In 1948 begon er een jungle oorlog waar ook communisten aan meededen tegen de Engelsen. Er ontstond een oorlog waartussen de communistische Chinezen, zij werden door de Engelsen gesteund omdat zij anti Japan waren tijdens de 2e WO, mee vochten. Als dank voor hun steun had Engeland hen beloofd dat zij invloed zouden krijgen in het bestuur. Dat kregen zij natuurlijk niet. De Maleisiërs waren in ode overhand en Chinezen en Indiërs vormden samen maar de helft. Omdat de Engelsen niet wilden dat de communisten de macht zouden krijgen werd de macht overgedragen aan de Maleisiërs. Londen voorzag ook dat er een onderlinge oorlog zou uitbreken en inderdaad de communisten verlieten de politieke tafel. Er ontstond een guerrilla oorlog. Engeland verliet en verklaarde onafhankelijkheid in 1957. De voorwaarden: Maleisië bleef onder de sterling en Engelse investeringen en bij repatriëring zouden de eigendommen veilig zijn. VS - Filippijnen. De VS was van plan direct na de 2e WO onafhankelijkheid te overwegen aan de Anti Japans Vrijheids Beweging, de Huks. Maar zij bleven een revolutionaire beweging. De VS vond het noodzakelijk om toch maar in te grijpen. Het zou tot begin jaren 50 duren voordat de Huks echt verslagen werden. De nieuwe Filippijnse Reubliek ontstond op 4 juli 1946 met Amerikaanse hulp en zij, de VS, had nog meer privileges veiliggesteld dan de Britten in Maleisië, de VS ging over tot neo- kolonialisme. Deze vorm werd vastgelegd in de Trade Act van 1946 waarin stond dat er grote exporten naar of via de VS moesten lopen, dat zij beiden een belastingvrij klimaat hadden m.b.t. de handel voor een periode van 8 jaar. Hierna zou er een geleidelijke verhoging van de tarieven kunnen plaatsvinden. De Filippijnse economie zat dus vast aan die van de Amerikanen. De VS had dus wel zijn controle over zijn grootste kolonie overgedragen, maar direct had zij hen onder economische en politieke banden gelegd. De VS had namelijk de militaire macht om dit af te dwingen. Natuurlijk zagen de andere Westerse lanen dat er een grote tegenstelling zat in wat de VS hen voorstond en wat zij zelf deed. India. In India was er een locale heersende klasse verantwoordelijk voor de vraag om onafhankelijkheid. Door de 2e WO was Engeland economisch getroffen en moest zich concentreren op het moederland. In India betekende dat zij gene weerstand kon bieden aan het nationalistische gevoel. Londen accepteerde het geheel en trok zich terug in 1947. De Britten hadden in de vroege 19e eeuw grote delen van India veroverd, maar deden dat met minimale mankracht. De macht werd ondergebracht, tot 1858, in de Oost India Compagnie. Het was de Engelse Kroon die ongeveer 60% over het Indiase grondgebied heersten. Met de rest van het gebied waren verschillende verdragen en allianties gesloten met de daar aanwezige stammen. Het resulteerde uiteindelijk in een duale structuur van macht. Omdat de Britten minimaal aanwezig waren zochten zij aanhangers onder de prinsen, grote landeigenaren, moslims leiders en Christenen. De Britten wantrouwden de Westers opgeleide klassen die hoge posities wilden hebben, maar ze hadden ze nodig om de politieke macht te krijgen. Dus verschillende Braham en hoge kaste van Hindoes konden op die manier de weg vinden naar de politiek. Op den duur zouden deze zich tegen de Britten keren en zij zouden zelf de macht toe-eigenen. Het nationalisme in Zuid Azië kon snel groeien vanwege het Indiaanse Nationale Congres, opgericht in 1885 in Bombay City. Er zaten vertegenwoordigers van de hogere klassen van de Hindoes in. De Britten moesten niets van dit Congres hebben en zij steunden de formatie van een aparte Moslim organisatie in 1905. Deze organisatie wilde een aparte staat voor moslims hebben (Pakistan). Het Congres was de grootste nationalistische organisatie, alle woordvoerders spraken er Engels, hoogopgeleid en bestond uit advocaten, journalisten, onderwijzers en anderen zoals landeigenaren, maar geen prinsen of andere notabelen van de andere staten. Het doel van het congres was een soort van nationalisme op te bouwen om daarna een gedegen regering in te richten. Voorts meer plaatsen voor te bestemmen voor locale medestanders in de regeringen. In het begin was het Congres klein qua grootte en wierp zich op als een soort van scheidsrechter tussen de lokale bevolking en de Engelsen. Juist omdat zij zo klein waren hadden zij niet de macht om de Engelsen te verdrijven. Daar hadden zij dus de bevolking voor nodig. Mocht dot gebeuren dan moest het op een manier gaan waardoor het Congres niet de macht en het overzicht moest verliezen. Geweld en oorlog zou op den duur zich ook tegen hen richten. Gandhi. Hij zou diegene zijn die het volk kon bewegen naar het Congres. Hij kwam uit een handelskaste in West India, hij volgde een Engelse studie en studeerde verder in Londen rechten. In 1915 keerde hij terug in India en hij deed afstand van alle Westerse gewoontes en hij kleedde zich zelf als een arme boer, reisde 3e klas. Hij kreeg als spoedig de bijnaam “Mahatma, oftewel de Grote Ziel. Hij werd de politieke goeroe van de bevolking. Hij propageerde de kracht van het geweldloze, door bijvoorbeeld het boycotten van Engelse goederen, om mach ten invloed te verkrijgen. Hij kon ook niet anders, de mensen voor wie hij opkwam waren ongewapend. Dit was precies wat het Congres nodig had om meer aanhangers te krijgen, en dit allemaal zonder geweld. Burgerlijke ongehoorzaamheid. De 2e WO was de aanleiding dat India werd verdeeld in Pakistan en India. Engeland verklaarde Duitsland in 1939 de oorlog, ook namens India. Zij beloofde als tegenprestatie dat wanneer de oorlog voorbij zou zijn, India volledig onafhankelijk zou worden. India steunde en werkte natuurlijk mee omdat dit de meest beste weg was naar onafhankelijkheid. Het Congres wilde eigenlijk ene directe onafhankelijkheid i.p.v. na de oorlog. De Britten weigerden en dit leidde tot het “Quit India”resolutie opgesteld in 1942 door het Congres. Hierin stond dat zij directe onafhankelijkheid eisten en dreigden met massale, geweldloze acties tegen de Engelsen.. De Britten reageerden door het Congres te verbieden en alle leiders werden in de gevangenis gegooid. Velen bleven daar totdat de 2e WO voorbij was. Ondertussen kwamen de Moslim Organisatie onder leiding van Mohammed Ali Jinnah en de Engelsen dichterbij elkaar. Op den duur zou dit tot gevolg leiden dat er ene tweedeling zou ontstaan tussen de India en het op te richten Pakistan. Jinnah werkten samen met de Engelsen om steun te krijgen om zijn beweging te erkennen. Aanvankelijk wilde Jinnah wel samen werken met het Congres maar deze weigerden dit. Het geheel zou resulteren in een tweestrijd tussen de Hindoes en de Moslims de Engelsen zaten hier na de 2e WO tussenin. Na de 2e WO was het tijd voor de Engelsen om hun belofte na te komen m.b.t. onafhankelijkheid. Wat restte was de manier waarop en hoe het land verdeeld zou worden. Door 1946 heen probeerden de Engelsen samen met het Congres om India als ene geheel te houden. Het Congres met Nehru aan het hoofd en aan de andere kant zat Jinnah, de Engelsen probeerden te bemiddelen. Het plan was om de Moslims een regionale autonomie te geven in gebieden waar de Moslims overheersten. Jinnah weigerde dit en wilde een aparte staat. In 1946 vaardigde hij “Direct Action Day”uit op 16 augustus. Het gevolg waren een aantal religieuze rellen. Deze rellen vormden de aanleiding voor de Engelsen om zich terug te trekken in juni 1948. Lord Mountbatten, belast met de overdracht, zou uiteindelijk een voorstel neerleggen waarin de Moslims een aparte staat zouden krijgen. De Britse regering ging met dit voorstel akkoord, nadat beide partijen akkoord gingen. Op 15 augustus 1947 werden India en Pakistan officieel onafhankelijk. Het direct gevolg hiervan was dat er geen einde kwam aan de onderlinge strijd. Onderlinge moorden en speciaal in gebied waar beide partijen in een gebied woonden vonden plaats. Beiden namen deel aan de Britse Gemenebest, mar als republieken en niet onder de Engelse kroon. De Engelsen hadden hun doel bereikt: spoedige terugtrekking, stabiele regeringen achter laten die hun goedgezind waren. Op 30 januari 1938 werd Gandhi vermoord door ene Hindoe fanaat. Het Britse Ceylon volgde met onafhankelijkheid in 1948. In 1972 noemde zij zich Sri Lanka. Revolutie in China (111). In China werd er op 1 oktober 1949 de Peoples Republiek of China uitgeroepen. De Manchus bestuurden China sinds 1600, maar rond 1900 zwakte hun macht sterk af. Als belangrijkste reden hiervoor was het imperialisme. De buitenlandse aanwezigheid zorgden voor genoeg onrust dat de oude macht wankelde, maar bracht er geen nieuwe voor in de plaats zodat er na de 2e WO geen sprake was van kolonisatie dan wel neo –kolonisatie. Tot aan de Opium Oorlogen van 1839 1842BC stond China gedeeltelijk open voor buitenlandse handelaren. Het zouden de Engelsen zijn die het voortouw namen in het opengooien van heel China. Als reden hiervoor was de vrije handel die door de Manchus verboden werden. Toen ook de Duitsers, Fransen, Russen, Japan en de VS en de Engelsen gingen samenwerken was het lot gauw beslecht. De Russische Tsaar zou het meeste grondgebied veroveren. De coalitie bezwoeren de Boxer opstand. De slotsom van dit geheel was dat de Chinezen door het geheel zich erg vernederd voelden en zich allerlei zaken moesten laten welgevallen zoals territoriale concessies m.b.t. handel. Ook werden er strategische zogenaamde handelshavens opgericht door de buitenlandse machten. China werd niet helemaal ingelijfd. De havens zaten aan de kust en bij belangrijke kruispunten van eilanden. Engeland had bijvoorbeeld Hong Kong eiland als handelshaven. De Fransen hadden Indo China, de Russen Mantsjoerije. Met elkaar waren er ongeveer een honderd van die handelspoorten, allemaal belangrijk omdat zij ervoor zorgden dat de invloedssferen, politiek en economisch, hierdoor ook verdeeld werden. De erosie van de macht van de Manchus in Beijing, samen met de grote onrust onder de boeren, de opkomst van regionale leiders, was verantwoordelijk voor de neergang van de macht van de Manchus. Er vormden zich verschillende groepen die voor een republiek zorgden. Rond 1890 ontstonden er verschillende opstanden door groepen die een moderne nationale regering wensten. De laatste van de opstanden resulteerde op oktober 1911 tot formatie onder leiding van ene Sun Yat-Sen. Hij was opgeleid in Honolulu, Hong Kong en Guangzhou en was tegen de Manchu regering. Hij kende de Westerse politieke instituties en hij had een tijd in Amerika gewoond. Hij wilde door Westerse invloeden in de Chinese wereld te plaatsen, China veranderen waardoor de buitenlandse machten zouden verdwijnen en hierdoor ook een oplossing voor het sociale en economische probleem zou zorgen. In eind 1911 had Sun onderhandelingen met het nog steeds bestaande Manchu regering. Deze laatste wilde wel meewerken maar wilde wel president worden van de nieuwe republiek. Als tegenprestatie zou het leger van de Manchu’s de nieuwe republiek dienen. Sun accepteerde dit om een grote chaos te voorkomen. Als snel kwamen beide partijen er achter dat er een groot verschil zat tussen hen : Sun wilde een oplossing voor de Chinese problemen door het oprichten van een republiek, anti imperialistisch beleid en hervormingen terwijl Yuan, een Manchu, alleen geïnteresseerd was in oprichten van een nieuwe dynastie met hem als nieuwe keizer. Er ontstonden verschillende onderlinge gevechten tussen de aanhangers waarvan de buitenlandse machten konden profiteren: zij waren nu in staat om extra privileges af te dwingen waardoor hun posities nog sterker werden. De Chinese Communisten (114). In de jaren rond 1920 claimden beide partijen dat zij de macht hadden: de zittende regering onder leiding van opvolgers van Yuan, die overleed in 1916, als wel de beweging, de Guomindang, onder leiding van Sun. Maar er zou een nieuwe macht opstaan: de Chinese Communistische Partij. Een paar studenten en professoren aan e Nationale Universiteit vonden dat China de weg moest volgen van de Russische Revolutie. De bolsjewieken hadden er voor gezorgd dat de macht van de Tsaar uiteindelijk was weggevallen, de Chinezen zagen dat hier een parallel te trekken viel met hen. Voorts waren de bolsjewieken in staat om buitenlandse machten buiten de deur te houden. Op 14 mei 1919 ontstond er een grote demonstratie waarbij Sun zijn partij nieuw leven in werd geblazen. Het ontstond in Beijing door ongeveer 5000 studenten. Het zou als een olievlek door het hele land verspreiden. De oorzaak van deze demonstratie was een beslissing die werd genomen in Parijs tijdens de vredesonderhandelingen van de 1e WO. De Japanners zouden de gebieden die de Duitsers in China hadden mogen overnemen. Verder bleek dat de regering in Beijing onderhands contact had gezocht met de Japanners om een lening te krijgen met als onderpand de Duitse gebieden. Deze zaken leidden er toe dat men de straat opging om tegen deze twee zaken te demonstreren. In juli 1921 werd door een kleine groep de Chinese Communistische Partij opgericht. Onder deze was Mao Zedong, een jonge man met een boerenachtergrond, die werkte aan de universiteit en die later de leider zou worden van de communisten. De balans was nu zo: strijdende partijen: de militaire regering in Beijing, Sun zijn Nationalistische Partij, de nieuwe Communistische partij en daarnaast nog meer kleinere regionale oorlogsleiders die weigerden orders te volgen van de central eregering. De Russen steunden de Nationalistische Partij van Sun, omdat deze groter was dan de Communistische Partij. De Russen gokten erop dat zij meer macht en invloed in China konden krijgen. Zij zochten contact met Sun, hij stond open omdat het Westen Sun niet erkenden als nieuwe leider van de Republiek China. Het Westen steunden namelijk de zittende regering in Beijing. Hij kreeg wapens en geld van de Russen, al stegenprestatie vroegen de Russen de communisten te accepteren in zijn Nationalistische Partij. Op deze manier was de politiek van de communisten toch veilig gesteld en zij hadden een manier gevonden om Sun te beïnvloeden. In 1923 was de zaak beklonken, ongeveer 40 Russische politici en militaire adviseurs kwamen over en het gebied Guangzhou was overgenomen. Sun overleed in 1925 en de partij werd overgenomen door Generaal Chiang Kai-shek. Burgeroorlog. In 1926 werd de Noordelijke Expeditie ondernomen omdat daar de communisten sterk groeiden. Beide partijen, de Nationalisten zowel de communisten hadden beiden hun doel nog niet bereikt. De communisten hadden in 1924 ongeveer 500 leden, maar in 1925 hadden zij er al 20.000 en tegen het begin van 1927 al 58.000. Bovendien zaten er al invloedrijke communisten binnen in de Nationalistische Partij. Er ontstond een staking op 13 mei 1925 en deze werd de 13e Mei Beweging genoemd. Aanvankelijk was de opstand gericht tegen buitenlandse exploitatie van Chinese arbeiders, maar keerden zich ook tegen lokale bedrijven van de Chinezen zelf. Bij beide bedrijven waren de omstandigheden erg slecht voor de arbeiders. Maar de onrust sloeg over naar vele bedrijven in China. Chiang zag dat zijn partij niet bij deze opstand geen voordeel zou verkrijgen. Een sociale revolutie kon hij niet gebruiken. De aanhang van de communisten bleef maar toenemen. De Russen adviseerden de communisten om te blijven samenwerken met de Nationalistische Partij. Maar Chiang zag zelf al dat de communistische aanhang te groot was geworden en hij brak zelf met de alliantie met de communisten. In April 1927 begon Chiang de communisten te vervolgen en dit proces werd de Witte Terreur genoemd. Communisten werden gedood en de partij werd verboden. Toen na drie jaar de balans werd opgemaakt waren er minder dan 10.000 communisten over die verspreid waren over het hele land. Zij hadden geen contact met de Russische leiders. Er stonden nieuwe leiders op en ondernamen een guerrilla oorlog tegen de Nationalisten. Deze waren de eersten die uit zouden groeien tot het Rode Leger. De leider van dit leger was Mao Zedong. Het zou tot 1935 duren voordat hij voorzitter zou worden van de gereorganiseerde communistische Partij. De Nationalisten waren niet in staat om veel te verbeteren in China, de sociale zaak was zelfs nog verder verslechterd. Daarbij kwam ook nog de wereld crisis van 1929. Het Westen erkende de regering van Chiang maar geen elk land stond een of meerdere handelshavens af. Japan deed tegenovergestelde: hij werd steeds expansiever in China door in 1931 Manchuria te veroveren. Aan het einde van 1927 had Mao de restanten van de verslagen communistische partij naar de grens van Hunan geleid. Aldaar begon het te bouwen aan een nieuw leger en door politici naar de boeren te sturen probeerde hij deze voor zich te winnen. Onder de boeren rekruteerde hij ook om voor veiligheid te zorgen omdat de Communistische partij was immers verboden. In 1927 zou het leger uitgroeien tot ongeveer 300.000 man. Rond 1931 waren zij zo groot geworden dat zij in staat waren om de Chinese Sovjet Republiek uit te roepen. Chiang moest hier wat tegen doen en hij lanceerde een aantal aanvallen tegen de communisten . Er volgde een lange mobiele oorlog tussen de Nationalisten en Communisten die de Lange Mars (1934) werd genoemd: 7000 kilometer achter elkaar aanzitten. In oktober 1935 bracht Mao zijn aanhangers in het noord westen. Van de 100.000 mensen die de mars hadden ondernomen bleven er ongeveer tussen de 8000 en 30.000 over. Dit was de laatste plek in China waar de communisten nog konden verblijven. Chiang zou ook hier hun vervolgen in 1936. De communisten verzochten om een einde te maken aan de burgerstrijd en verzocht samen met de Nationalisten het Japanse gevaar te keren. De Japanners waren ondertussen dieper in China gekomen. Er werd samengewerkt tegen de Japanners. Dit was meteen de benodigde adempauze die de communisten nodig hadden na hun Lange Mars. De impact van Japan en de 2e WO.(120) In juli 1937 trokken e Japanners China binnen er hieruit ontstond twee andere oorlogen: de nationalisten ondergingen de ene verlies na de andere en trokken zich terug naar het westen. Chiang gaf zich niet over maar ging over tot het wachten totdat Amerika de Japanners zou verslaan en hiermee China zou redden. De communisten vochten een nadere oorlog uit, een guerrilla oorlog tegen de Japanners in het noorden. Zij waren vele malen succesvol en deden meer tegen de Japanners dan de Nationalisten. Dit zou hen voordeel opleveren na 1945. De onderlinge strijd tussen de Nationalisten en de Communisten was nog steeds aanwezig. Chiang vertrouwde de communisten niet ondanks de Xian vrede. In 1941 toen de communisten in een gebied hun New Forth Army oprichten in ene gebied dat Chiang eigenlijk wilde hebben. Hij gaf de opdracht om naar het Noorden te trekken, daar waar Mao het voor het zeggen had. De communisten deden niets en zij werden overvallen door de Nationalisten en leden grote verliezen. Er ontstond nog geen burgeroorlog omdat eerst Japan verslagen moest worden. De communisten wilden niet gaan vechten tegen de Guomindang omdat het hen zou uitputten en mannen zou gaan kosten en Japan zou hiervan weer kunnen profiteren. Gedurende de 2e WO bleef de onderlinge strijd op een laag pitje door sudderen. Naar 1949.(121) Nadat Japan was verslagen in 1945 was het voorspelbaar dat de onderlinge strijd weer zou opbloeien. De VS wilde eigenlijk niet dat beide partijen de wapens tegen elkaar zouden opnemen. Er moest een compromis worden gesloten in plaats van een oorlog. Truman zond Marshall naar China om het te regelen. Een nieuw China zou ook in staat zijn om de banden met Rusland af te snijden. Chiang eiste dat de communisten de wapens zouden neerleggen en alle gebieden zouden afstaan waar zij bestuurden. De communisten stelden een nieuwe regering voor waar zij beiden in vertegenwoordigd waren. Geen van beiden gingen op de voorstellen in en de burgeroorlog brak uit in 1946. De VS koos een logische partij van Chiang omdat deze pro Westers was en steunden hen met wapens en geld. Mantsjoerije werd het strijdtoneel. De Russen hadden dit gebied bevrijd van de Japanners. De VS dropte de Nationalisten in het gebied terwijl de communisten over land het gebied binnen trokken. Zoals overal namen de communisten controle van het platteland over waardoor de Nationalisten geen vrije doorgang kregen naar het Noorden. Ondanks dat de Nationalisten een 4x zo groot leger hadden dan de communisten konden zij er niet voor zorgen dat er iets veranderde. Het bleek dat het platteland niet voor Chiang beschikbaar was en dat de bevoorrading van zijn legers in Mantsjoerije niet zou lukken. Dit was het begin van het einde. In 1948 gingen de communisten over tot de aanval en kregen Mantsjoerije onder controle. Aan het eind van het jaar gingen de communisten ook naar het zuiden. Beijing gaf zich over en de Nationalistische beweging viel uit elkaar. Toen Beijing viel stuurden de communisten onderhandelaars, zij wilden een deal maken. Mao hoopte op een onderhandelaars akkoord zodat de Guomindang zich zou voegen in een nieuwe te vormen regering. Dit zou leiden tot een algemene erkenning van China. De onderhandelingen werden gestaakt en Chiang vluchtte naar Taiwan. De Amerikanen erkenden China niet eerder dan 1979. De VS weigerde zaken te doen met China in die vorm en hield de gedachte omhoog dat Chiang de werkelijke leider was van China. Amerika hield China ook tegen om lid te worden van de UN tot 1971. Samenvattend: het Westen was niet in staat de toekomst van China te beïnvloeden. De toestand was gewoonweg te chaotisch. Deze chaos is in wezen veroorzaakt dor het imperialisme van het Westen en niet de Russische Revolutie. Chiang zat op Taiwan en stelde daar zijn regering met steun van Amerika in. Over de jaren heen heft de VS hen gesteund met geld en allerlei andere hulp. Hierdoor bleek wel dat de VS niet toegaf in een oplossing van het conflict maar het juist gaande hield. Taiwan zou zich op den duur tot een economische grootmacht uitgroeien doordat het openstond voor buitenlandkapitaal. Dit terwijl China nog bezig was met haar gevolgen van de revolutie. De Arabische – Israëlische crisis. (123) Israël was een apart hoofdstuk in de geschiedenis, zij verklaarde zich onafhankelijk op 14 mei 1948. Het was het werk van een terugkerende bevolking dat gedurende vele eeuwen was vervolgd. Het was het gevolg van de vervolgingen in Rusland en andere Europese landen in de late 19e eeuw met als hoogtepunt het fascisme in de jaren 1920 en 1930. Het zou leiden tot de oprichting van een Europese Joden bevolkingsgroep in ene gebied dat voorheen Palestina werd genoemd en dat onafhankelijk zou gaan worden van Engeland. De onafhankelijkheid zou ten koste gaan van de Arabische bevolking dat zich daar al eeuwen eerder bevond. Nu waren de Arabieren een volk zonder thuisland geworden. De beweging dat voor de Joden Zionisme werd genoemd is vernoemd naar de berg Zion in Palestina. De Joden wilden een eigen Palestina hebben. De joden werden door de tijd heen vervolgd en zij had dus geen thuisland of veilige haven waar zij zich veilig konden wanen en integreren in andere bestaande bevolkingsgroepen zou ook geen echte oplossing zijn. Zij werden nimmer geheel geaccepteerd. De opkomst van de nationalistische gevoelens in de 19e eeuw werd ook bij de Joden gevoeld. Het zou leiden tot op oprichting van World Zionist Organization in 1897 dat zich zou gaan bezig houden met de creëren van ene Joods thuisland. In Palestina zat al ene kleine Joodse gemeenschap en deze langzaam uit te groeien. Aanvankelijk hadden de Arabieren nog 70% meerderheid maar dat zou al snel slinken. Omdat de Joden een eigen staat wilden hebben wilden zij ook dat er en grootmacht hen zou gaan steunen en eventueel helpen indien er problemen zouden komen met andere bevolkingsgroepen. Tijdens de 1e WO was het Engeland dat de Joden steunden, alleen maar vanwege haar Midden Oosten politiek. De Turken hadden ene groot deel van het Midden Oosten en dat wilde Engeland inperken. Toen de Turken de kant kozen van Duitsland, was er een aanleiding gevonden voor Engeland. Engeland met Frankrijk zorgden ervoor dat verschillende staten die gingen roeren tegen Istanboel. Met de toezegging dat die staten na de 1e WO zelfstandig zouden worden, deden vele staten mee. De Britse officier T.E. Lawrence speelde hier een belangrijke rol in. Onderhands verdeelde Engeland het Midden Oosten met andere staten, er waren dus dubbele agenda’s. Toen de Arabieren er achter kwamen dat het Midden Oosten verdeeld werd tussen Frankrijk en Engeland, kwamen zij in opstand. Er was eerder een regeling opgesteld door League of Nations, waarin stond dat de buitenlandse machten in het gebied moesten blijven en er op moesten toezien dat, gedurende de tijd naar zelfstandigheid, er geen problemen zouden komen. Engeland kreeg het mandaat over Palestina, Transjordanie en Irak en de Fransen kregen het zelfde over Syrië en Libanon. De Engelsen steunden de Joden in hun Zionistisch doel en dat werd op papier gezet in de vorm van de Balfour Verklaring in 1917. Er zat wel een humanitaire gedachte achter deze verklaring maar het meeste had een strategische lading. Door het erkennen van het Zionisme zouden de Engelsen de steun krijgen van de Joden in Amerika. Achteraf bleek dit zwaar overdreven te zijn. Een ander doel van Engeland was hiermee Frankrijk buiten spel te zetten. Door de steun van Zionisten hadden zij de hoop dat de Fransen dus geen voet tussen de deur zouden krijgen. Vele Joden kwamen vanuit ontwikkelde landen en zij hadden over het algemeen ene goede opleiding: dit bood perspectieven voor Engeland indien er een grote toestroom van Joden naar Palestina zou ontstaan. Zij konden ervoor zorgen dat Palestina een economische ontwikkeling zou kunnen doormaken waarvan Engeland natuurlijk mee van kon profiteren. Na de 1e WO werd de Balfour Verklaring de basis voor het mandaat voor Palestina. De Fransen en Engelsen hadden ondertussen ook al verdragen gesloten om een eventuele Arabische eenheid te voorkomen. Het was een verdeel en heers politiek. De Arabieren zagen deze politiek als verraad en zagen dat Engeland zich niet hield aan de toezeggingen van zelfstandigheid. De steun van Engeland aan de Zionisten zou in de loop van de tijd verdwijnen en omslaan naar steun van de Arabieren omdat zij voor Engeland belangrijker werden. De toestroom van Joden nar Palestina werd steeds maar groter en de Arabieren zagen dat zij niet meer de meerheid zouden vormen in een land dat al eeuwen van hen geweest. Ook de ontdekking van olie in het Midden Oosten en de toeloop naar de 2e WO deden de visie van het Westen ( Eng en FR) op het Midden Oosten wijzigen. Nu wilden deze steun hebben van de Arabische landen. De eerste problemen rezen toten Arabische opstanden uitbraken tegen de Joodse immigranten in de jaren 1920. Het gevolg was dat er door Churchill een zogenaamd: White paper”werd opgesteld waarin werd beschreven dat de Joden wel een recht hadden op een thuisland maar dit niet automatisch zou leiden tot een autonome staat of sterker nog dat mensen die in Palestina woonden niet gedwongen konden worden om Joodse nationaliteit te moeten aanvaarden. De doelstelling van deze bijstelling was om de Arabieren enigszins te kalmeren en gerust te stellen. Tot aan 1929 zou dat lukken, hierna zouden de onlusten weer de kop opsteken. Het zou nu leiden tot de 1e geluiden van het maximaliseren van het aantal Joodse immigranten naar Palestina. Toen de opstanden nog groter werden wilde Engeland overgaan tot een deling van Palestina in ene Arabisch gedeelte en een Joods gedeelte, de Arabieren weigerden dit. Nu, 1939, werd er opnieuw een White paper opgesteld waarin werd opgenomen dat Engeland zijn mandaat zou neerleggen binnen 10 jaar en overgeven aan een onafhankelijke staat, mits de Joden zouden worden beschermd bij grondwet. Voorts zou de toestroom van Joden worden gemaximaliseerd tot 75.000 gedurende de komende 5 jaar. Hierna zouden de Arabieren het aantal kunnen vaststellen. Dit zou leiden dat de Joden 1/3 van de bevolking van Palestina zou vormen en dus niet de meerderheid. De Joden hadden altijd de weg gevolgd van gematigdheid, maar nu men de Engelse politiek doorhad, verharde hun houding. Nu wilden de Joden geen thuisland binnen een staat, maar nu eisten zij een eigen staat met alles erop en eraan. Palestina trok als een magneet de Joodse overlevenden na de 2e WO uit Europa aan. Maar ondertussen hadden de Amerikanen ook interesse gekregen in het Midden Oosten vanwege de olie. Maar doordat Engeland na de 2e WO grotendeels verwoest was konden de Amerikanen een rol spelen in het Midden Oosten. De Joden in Amerika wilden ook een eigen staat en wilden ook die kant op, ook omdat de Amerikanen hen liever zagen gaan dan komen. De Amerikanen dwongen de Engelsen om meer Joden toe te laten in Palestina, maar wilden niet helpen om de orde te bewaren in het Midden Oosten. De Engelsen hadden nu een keuze gemaakt: zij zouden de Arabieren steunen boven de Joden. De Joden gingen over tot terrorisme en de Arabieren deden dat t.o.v. de Joden. De Britten zaten hier middenin. Palestina werd een oorlogsstaat. De Britten zagen geen kans meer om dit op ene goede manier op te lossen en stelden hun probleem voor bij de UN in april 1947. Deze gaf een resolutie af waarin werd gesteld dat er twee aparte staten moesten komen. Palestina zou worden opgedeeld. Vanaf december 1947 zou er een lange oorlog tussen Joden en Arabieren het gevolg zijn. De Britten trokken zich terug. De Russen zagen wel wat in de verdeling van het land omdat dan Engeland zijn macht aan het verliezen was. Toen de Britten wegwaren medio mei 1948, riepen de Joden de onafhankelijke staat Israël uit. Truman erkende direct de staat en zo deden de Russen dat. Er ontstond nog wel tegenstand door Egypte, Transjordanie, Syrië en Libanon, maar deze werkten niet samen waardoor er geen dreiging. Israël had het dus voor elkaar gekregen om en staat met erkenning te worden. Maar de oorloge met Arabische bevolking zou nog lang doorgaan. Bovendien verloren de Arabieren in Palestina een thuisland. Israël zou omringd blijven door vijandige buurlanden. Samenvatting (130) De jaren rond 1940 zagen een dramatische verandering in de 3e Wereld. Alleen in China en een paar staten onder Russische macht gaf te zien dat de Westerse machten nog steeds invloed hadden op hun koloniën. Of zij bleven koloniën ( Afrika)of men ging over op neo – kolonisatie. (Filippijnen). India koos voor een eigen weg en de Britten moeten daar weg. Vele landen werden anti imperialistisch en de 3e Wereld revoluties kwamen steeds meer op. De Koude Oorlog zou spoedig in Korea (1950) zijn intrede doen. |
MenuList
specific:
